Artikel 1
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Centrale organisatie werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
d. uitkeringsgerechtigde: de persoon, die een uitkering ontvangt op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Werkloosheidswet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Toeslagenwet, de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria, de Algemene nabestaandenwet of op grond van een regeling, die met deze wetten naar aard en strekking overeenstemt;
e. langdurig werkloze: de persoon die langer dan 12 maanden zonder onderbreking als werkloos werkzoekende staat ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen;
f. jongere: de persoon, jonger dan 23 jaar, die recht heeft op een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet of op een andere vergelijkbare inkomensvoorziening, dan wel als werkloos werkzoekende staat ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen;
g. dienstbetrekking: een dienstbetrekking met de gemeente als bedoeld in artikel 4;
h. werknemer: degene die een dienstbetrekking heeft;
i. onderneming: de onderneming, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de ondernemingsraden;
j. de in de onderneming werkzame personen: degenen, die daaronder in artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet op de ondernemingsraden worden verstaan.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdelen e en f, wordt niet als langdurig werkloze of jongere aangemerkt de persoon die onderwijs of een beroepsopleiding volgt als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000of in hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkostendan wel een kind is als bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene Kinderbijslagwet.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de gelijkstelling van personen met langdurig werklozen en voor de vaststelling van de periode van inschrijving als werkloos werkzoekende.
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Centrale organisatie werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
d. uitkeringsgerechtigde: de persoon, die een uitkering ontvangt op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Werkloosheidswet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Toeslagenwet, de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria, de Algemene nabestaandenwet of op grond van een regeling, die met deze wetten naar aard en strekking overeenstemt;
e. langdurig werkloze: de persoon die langer dan 12 maanden zonder onderbreking als werkloos werkzoekende staat ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen;
f. jongere: de persoon, jonger dan 23 jaar, die recht heeft op een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet of op een andere vergelijkbare inkomensvoorziening, dan wel als werkloos werkzoekende staat ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen;
g. dienstbetrekking: een dienstbetrekking met de gemeente als bedoeld in artikel 4;
h. werknemer: degene die een dienstbetrekking heeft;
i. onderneming: de onderneming, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de ondernemingsraden;
j. de in de onderneming werkzame personen: degenen, die daaronder in artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet op de ondernemingsraden worden verstaan.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdelen e en f, wordt niet als langdurig werkloze of jongere aangemerkt de persoon die onderwijs of een beroepsopleiding volgt als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000of in hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkostendan wel een kind is als bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene Kinderbijslagwet.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de gelijkstelling van personen met langdurig werklozen en voor de vaststelling van de periode van inschrijving als werkloos werkzoekende.