BWBR0015736
Geldig vanaf 2004-01-01
Artikel 2
Regeling statistiek WWB, IOAW, IOAZ en WIK
1. De minister ontvangt van het college uiterlijk vier weken na afloop van iedere kalendermaand, overeenkomstig het in bijlage 1 bij deze regelingopgenomen model, onderscheiden naar de WWB, IOAW, IOAZen WIK, gegevens met betrekking tot personen aan wie in de desbetreffende maand een uitkering is verleend.
2. De minister ontvangt van de adviserende instelling, bedoeld in artikel 26 van de WIK, uiterlijk acht weken na afloop van ieder kwartaal, overeenkomstig het in bijlage 2 bij deze regelingopgenomen model, gegevens met betrekking tot de op grond van artikel 26, tweede lid, van de WIKin het betreffende kwartaal verstrekte adviezen.
2. De minister ontvangt van de adviserende instelling, bedoeld in artikel 26 van de WIK, uiterlijk acht weken na afloop van ieder kwartaal, overeenkomstig het in bijlage 2 bij deze regelingopgenomen model, gegevens met betrekking tot de op grond van artikel 26, tweede lid, van de WIKin het betreffende kwartaal verstrekte adviezen.