1. De minister ontvangt van het college over de eerste helft van een kalenderjaar en de tweede helft van een kalenderjaar:
a. overeenkomstig het in bijlage 5 bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen aan wie in het betreffende halfjaar een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de WWB, is aangeboden, dan wel die van voornoemde voorziening, niet zijnde arbeid als bedoeld in artikel 14 van de Invoeringswet WWB, feitelijk gebruik hebben gemaakt;
b. overeenkomstig het in bijlage 6 bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen die in het betreffende halfjaar arbeid verrichtten in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 6 van het Besluit in- en doorstrooombanen, zoals dit besluit luidde op 31 december 2003, ter financiering waarvan een werkgever een subsidie heeft ontvangen van het college;
c. overeenkomstig het in bijlage 7 bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen die in het betreffende halfjaar arbeid verrichtten in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 4 van de Wet inschakeling werkzoekenden of arbeid verrrichtten op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van voornoemde wet, zoals deze wet luidde op 31 december 2003, ter financiering waarvan een werkgever een subsidie heeft ontvangen van het college.
2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geldt alleen voor de colleges van gemeenten die worden genoemd in bijlage 8 bij deze regeling.
3. In plaats van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan het college van een gemeente, bedoeld in het tweede lid, ook gegevens verstrekken overeenkomstig het in
bijlage 5 bij deze regelingopgenomen model, van personen genoemd in
artikel 2, tweede lid, van de Regeling informatie Wet inschakeling werkzoekenden, zoals deze regeling luidde op 31 december 2003.
4. De minister ontvangt de gegevens van het college, bedoeld in het eerste en derde lid, uiterlijk zes weken na afloop van de eerste helft van het kalenderjaar en na afloop van de tweede helft van het kalenderjaar door tussenkomst van een door de minister aan te wijzen externe bewerker. Van de aanwijzing van de bewerker wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
5. De bewerker, bedoeld in het vierde lid, verstrekt de in het eerste en derde lid bedoelde gegevens op een door de minister te bepalen wijze.
6. Door de bewerker worden geen persoonsgegevens of verwerkte persoonsgegevens aan derden verstrekt, behoudens in opdracht van de minister.