BWBR0015682
Geldig vanaf 2003-10-10
Artikel 6
Tijdelijke bijdrageregeling plannen luchtkwaliteit
1. De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt € 5.000 per gemeente.
2. De subsidie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt ten hoogste € 49.999 per provincie.
3. Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt verhoogd indien er budget resteert van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, nadat alle tijdig ingediende aanvragen tot subsidieverlening zijn beoordeeld, en bedraagt ten hoogste € 49.999 per gemeente.
4. Bij de toepassing van het derde lid wordt de volgende verdelingsmaatstaf gebruikt:
a. aanvragen worden ingedeeld in klassen volgens de onderstaande tabel, waarbij het ingevolge artikel 4, eerste lid, onder c, opgegeven totaal aantal meters (m¹) de maatstaf vormt;
b. aan elke klasse is in de tabel een wegingsfactor gekoppeld;
c. per klasse wordt het aantal gemeenten vermenigvuldigd met de bijbehorende wegingsfactor; aldus ontstaat een rekengrootheid per klasse;
d. per klasse is een aandeel beschikbaar uit het subsidiebudget. Dit aandeel wordt als volgt berekend:
e. het subsidiebedrag dat aan de aanvrager wordt toegekend wordt als volgt berekend:
5. De subsidie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt als volgt berekend:
het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, wordt over de aanvragende provincies verdeeld naar rato van het binnen de grenzen van de betreffende provincies gelegen aantal planplichtige gemeenten.
2. De subsidie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt ten hoogste € 49.999 per provincie.
3. Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt verhoogd indien er budget resteert van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, nadat alle tijdig ingediende aanvragen tot subsidieverlening zijn beoordeeld, en bedraagt ten hoogste € 49.999 per gemeente.
4. Bij de toepassing van het derde lid wordt de volgende verdelingsmaatstaf gebruikt:
a. aanvragen worden ingedeeld in klassen volgens de onderstaande tabel, waarbij het ingevolge artikel 4, eerste lid, onder c, opgegeven totaal aantal meters (m¹) de maatstaf vormt;
b. aan elke klasse is in de tabel een wegingsfactor gekoppeld;
c. per klasse wordt het aantal gemeenten vermenigvuldigd met de bijbehorende wegingsfactor; aldus ontstaat een rekengrootheid per klasse;
d. per klasse is een aandeel beschikbaar uit het subsidiebudget. Dit aandeel wordt als volgt berekend:
e. het subsidiebedrag dat aan de aanvrager wordt toegekend wordt als volgt berekend:
5. De subsidie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt als volgt berekend:
het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, wordt over de aanvragende provincies verdeeld naar rato van het binnen de grenzen van de betreffende provincies gelegen aantal planplichtige gemeenten.