BWBR0015682
Geldig vanaf 2003-10-10
Artikel 4
Tijdelijke bijdrageregeling plannen luchtkwaliteit
1. Bij een aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden ten minste de volgende bescheiden overgelegd:
a. een kopie van het schriftelijk verslag, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van het besluit;
b. voor elke situatie binnen een gemeente waarbij sprake is van een plandrempeloverschrijding: een opgave van het aantal meters (m¹) van de weg die de hoogste bijdrage (van de wegen) levert aan die plandrempeloverschrijding, vastgesteld door de loodrechte horizontale projectie op die weg van: 1°. woningen of bouwwerken die voor bewoning worden gebruikt,
2°. sportterreinen,
3°. gebouwen voor gezondheidszorginstellingen,
4°. gebouwen voor onderwijsinstellingen of
5°. gebouwen voor kinderopvanginstellingen, die aan die weg zijn gelegen, voorzover bij deze objecten of terreinen sprake is van een plandrempeloverschrijding;
1°. woningen of bouwwerken die voor bewoning worden gebruikt,
2°. sportterreinen,
3°. gebouwen voor gezondheidszorginstellingen,
4°. gebouwen voor onderwijsinstellingen of
5°. gebouwen voor kinderopvanginstellingen,
c. het totaal van de onder b. bedoelde aantal meters (m¹);
d. een of meer geografische kaarten met behulp waarvan het onder c bedoelde totale aantal meters (m¹) kan worden herleid.
2. Het in lid 1, onder b, bedoelde aantal meters mag worden afgerond op eenheden van 50 meter.
3. Voor het bepalen van het in lid 1, onder c, bedoelde totaal wordt een weggedeelte slechts eenmaal meegeteld.
4. Bij een aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt ten minste een opgave verstrekt van het aantal, binnen de grenzen van de provincie gelegen, planplichtige gemeenten.
5. Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend vóór 17 november 2003.
a. een kopie van het schriftelijk verslag, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van het besluit;
b. voor elke situatie binnen een gemeente waarbij sprake is van een plandrempeloverschrijding: een opgave van het aantal meters (m¹) van de weg die de hoogste bijdrage (van de wegen) levert aan die plandrempeloverschrijding, vastgesteld door de loodrechte horizontale projectie op die weg van: 1°. woningen of bouwwerken die voor bewoning worden gebruikt,
2°. sportterreinen,
3°. gebouwen voor gezondheidszorginstellingen,
4°. gebouwen voor onderwijsinstellingen of
5°. gebouwen voor kinderopvanginstellingen, die aan die weg zijn gelegen, voorzover bij deze objecten of terreinen sprake is van een plandrempeloverschrijding;
1°. woningen of bouwwerken die voor bewoning worden gebruikt,
2°. sportterreinen,
3°. gebouwen voor gezondheidszorginstellingen,
4°. gebouwen voor onderwijsinstellingen of
5°. gebouwen voor kinderopvanginstellingen,
c. het totaal van de onder b. bedoelde aantal meters (m¹);
d. een of meer geografische kaarten met behulp waarvan het onder c bedoelde totale aantal meters (m¹) kan worden herleid.
2. Het in lid 1, onder b, bedoelde aantal meters mag worden afgerond op eenheden van 50 meter.
3. Voor het bepalen van het in lid 1, onder c, bedoelde totaal wordt een weggedeelte slechts eenmaal meegeteld.
4. Bij een aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt ten minste een opgave verstrekt van het aantal, binnen de grenzen van de provincie gelegen, planplichtige gemeenten.
5. Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend vóór 17 november 2003.