BWBR0015588
Geldig vanaf 2004-06-11
Artikel 5:7
Organisatiebesluit directoraat-generaal Openbare Orde en Veiligheid (Organisatiebesluit DGOOV)
1. Het beleidscluster Voorbereiding Rampenbestrijding staat onder leiding van een hoofd en bij afwezigheid diens plaatsvervanger.
2. Het cluster heeft de volgende taken:
a) de beleidsontwikkeling op landelijk niveau waaronder het uitvoeren van alle activiteiten van de beleidscyclus met betrekking tot de voorbereiding en organisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing (zoals risicobeheersing, planvorming van de rampenbestrijding, grensoverschrijdende samenwerking, materieel, logistiek en telecom);
b) de formulering van juiste en geactualiseerde (wettelijke) voorschriften en normen waaronder: – voorschriften voor (de voorbereiding op) grootschalig brandweeroptreden;
– voorschriften voor (de voorbereiding op) geneeskundige hulpverlening bij rampen;
– voorschriften voor (de voorbereiding op) grootschalig brandweeroptreden;
– voorschriften voor (de voorbereiding op) geneeskundige hulpverlening bij rampen;
c) het scheppen van voorwaarden waaronder de verantwoordelijke medeoverheden en organisaties hun werk kunnen doen waaronder: – de ontwikkeling van instrumenten voor risico-analyse;
– multidisciplinair en bestuurlijk oefenen en opleiden,
– operationele informatievoorziening;
– informatievoorziening aan de bevolking;
– de ontwikkeling van instrumenten voor risico-analyse;
– multidisciplinair en bestuurlijk oefenen en opleiden,
– operationele informatievoorziening;
– informatievoorziening aan de bevolking;
d) de afstemming en wisselwerking op het niveau van de ministeries, de andere overheden en de verantwoordelijke instanties en organisaties waaronder: – deelname aan – en initiëren van – (inter)nationale projecten op het gebied van de rampenbestrijding;
– het onderhouden van contacten met alle relevante partners in de rampenbestrijding (zowel koepels als afzonderlijke leden, operationele diensten, andere directies binnen het directoraat-generaal en andere ministeries);
– deelname aan – en initiëren van – (inter)nationale projecten op het gebied van de rampenbestrijding;
– het onderhouden van contacten met alle relevante partners in de rampenbestrijding (zowel koepels als afzonderlijke leden, operationele diensten, andere directies binnen het directoraat-generaal en andere ministeries);
e) het (doen) monitoren van beleid, onder andere door gebruik te maken van ‘lessons learned’.
2. Het cluster heeft de volgende taken:
a) de beleidsontwikkeling op landelijk niveau waaronder het uitvoeren van alle activiteiten van de beleidscyclus met betrekking tot de voorbereiding en organisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing (zoals risicobeheersing, planvorming van de rampenbestrijding, grensoverschrijdende samenwerking, materieel, logistiek en telecom);
b) de formulering van juiste en geactualiseerde (wettelijke) voorschriften en normen waaronder: – voorschriften voor (de voorbereiding op) grootschalig brandweeroptreden;
– voorschriften voor (de voorbereiding op) geneeskundige hulpverlening bij rampen;
– voorschriften voor (de voorbereiding op) grootschalig brandweeroptreden;
– voorschriften voor (de voorbereiding op) geneeskundige hulpverlening bij rampen;
c) het scheppen van voorwaarden waaronder de verantwoordelijke medeoverheden en organisaties hun werk kunnen doen waaronder: – de ontwikkeling van instrumenten voor risico-analyse;
– multidisciplinair en bestuurlijk oefenen en opleiden,
– operationele informatievoorziening;
– informatievoorziening aan de bevolking;
– de ontwikkeling van instrumenten voor risico-analyse;
– multidisciplinair en bestuurlijk oefenen en opleiden,
– operationele informatievoorziening;
– informatievoorziening aan de bevolking;
d) de afstemming en wisselwerking op het niveau van de ministeries, de andere overheden en de verantwoordelijke instanties en organisaties waaronder: – deelname aan – en initiëren van – (inter)nationale projecten op het gebied van de rampenbestrijding;
– het onderhouden van contacten met alle relevante partners in de rampenbestrijding (zowel koepels als afzonderlijke leden, operationele diensten, andere directies binnen het directoraat-generaal en andere ministeries);
– deelname aan – en initiëren van – (inter)nationale projecten op het gebied van de rampenbestrijding;
– het onderhouden van contacten met alle relevante partners in de rampenbestrijding (zowel koepels als afzonderlijke leden, operationele diensten, andere directies binnen het directoraat-generaal en andere ministeries);
e) het (doen) monitoren van beleid, onder andere door gebruik te maken van ‘lessons learned’.