BWBR0015588
Geldig vanaf 2004-06-11
Artikel 4:5
Organisatiebesluit directoraat-generaal Openbare Orde en Veiligheid (Organisatiebesluit DGOOV)
1. De afdeling Onderwijs en Loopbaanbeleid staat onder leiding van een hoofd en bij afwezigheid diens plaatsvervanger.
2. De afdeling heeft de volgende taken:
a) ontwikkelen, vaststellen en evalueren van beleid betreffende het politieonderwijs en de inrichting ervan, waaronder de examinering;
b) ontwerpen van eisen aan toekomstig onderwijs;
c) vaststellen eindtermen en duur van basisopleidingen en overige aangewezen opleidingen;
d) ontwikkelen, vaststellen en evalueren van beleid betreffende de verdere ontwikkeling van medewerkers waar dit noodzakelijk is voor het op peil houden van de eenheid en de kwaliteit van de politie;
e) het houden van toezicht op de uitvoering van het onderwijsbeleid door het Landelijk Selectie- en Opleidingscentrum Politie (LSOP) en de regionale korpsen, alsmede het houden van toezicht op de bedrijfsvoering van het LSOP;
f) ontwikkelen en beheer van systeem van functiewaardering;
g) vaststellen topformatie regiokorpsen;
h) het ontwikkelen en evalueren van beleid inzake de personeelsontwikkeling, waaronder het diversiteitsbeleid en het personeelsvoorzieningbeleid.
2. De afdeling heeft de volgende taken:
a) ontwikkelen, vaststellen en evalueren van beleid betreffende het politieonderwijs en de inrichting ervan, waaronder de examinering;
b) ontwerpen van eisen aan toekomstig onderwijs;
c) vaststellen eindtermen en duur van basisopleidingen en overige aangewezen opleidingen;
d) ontwikkelen, vaststellen en evalueren van beleid betreffende de verdere ontwikkeling van medewerkers waar dit noodzakelijk is voor het op peil houden van de eenheid en de kwaliteit van de politie;
e) het houden van toezicht op de uitvoering van het onderwijsbeleid door het Landelijk Selectie- en Opleidingscentrum Politie (LSOP) en de regionale korpsen, alsmede het houden van toezicht op de bedrijfsvoering van het LSOP;
f) ontwikkelen en beheer van systeem van functiewaardering;
g) vaststellen topformatie regiokorpsen;
h) het ontwikkelen en evalueren van beleid inzake de personeelsontwikkeling, waaronder het diversiteitsbeleid en het personeelsvoorzieningbeleid.