BWBR0015527
Geldig vanaf 2003-09-07
Artikel 38
Uitvoeringsregeling E.G.-verordening gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten
1. De aangifteplichtige draagt er zorg voor dat:
a. kadavers van vee als bedoeld in artikel 2 van verordening (EG) nr. 1774/2002 tot een gewicht van 40 kg, met uitzondering van kadavers van kalveren, tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald, worden bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10°C;
b. het in artikel 12 van de Destructiewet bedoelde categorie 1 of categorie 2-materiaal, met uitzondering van kadavers of bloed, tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald, wordt bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10°C of een inwendige temperatuur van ten hoogste 15°C;
c. bloed, voor zover het categorie 1- of categorie 2-materiaal betreft, wordt bewaard bij een inwendige temperatuur van ten hoogste 15°C.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op materiaal dat ontstaat op slachterijen, mits dit materiaal op dezelfde dag waarop het als zodanig is ontstaan, wordt opgehaald, met dien verstande dat materiaal dat overeenkomstig artikel 23, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1774/2002is bestemd voor gebruik voor het voederen van de in dat artikel genoemde dieren binnen twaalf uur na het ontstaan wordt opgehaald.
a. kadavers van vee als bedoeld in artikel 2 van verordening (EG) nr. 1774/2002 tot een gewicht van 40 kg, met uitzondering van kadavers van kalveren, tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald, worden bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10°C;
b. het in artikel 12 van de Destructiewet bedoelde categorie 1 of categorie 2-materiaal, met uitzondering van kadavers of bloed, tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald, wordt bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10°C of een inwendige temperatuur van ten hoogste 15°C;
c. bloed, voor zover het categorie 1- of categorie 2-materiaal betreft, wordt bewaard bij een inwendige temperatuur van ten hoogste 15°C.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op materiaal dat ontstaat op slachterijen, mits dit materiaal op dezelfde dag waarop het als zodanig is ontstaan, wordt opgehaald, met dien verstande dat materiaal dat overeenkomstig artikel 23, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1774/2002is bestemd voor gebruik voor het voederen van de in dat artikel genoemde dieren binnen twaalf uur na het ontstaan wordt opgehaald.