BWBR0015527
Geldig vanaf 2003-09-07
Artikel 36
Uitvoeringsregeling E.G.-verordening gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten
1. De aangifteplichtige deponeert categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 12 van de Destructiewetop de dag dat het door het verwerkingsbedrijf wordt opgehaald op een zodanige plaats dat het vanaf de verharde openbare weg binnen het vrij bereik ligt van de laadkraan van het vervoermiddel waarmee het materiaal wordt opgehaald. Indien door plaatselijke omstandigheden de fysieke mogelijkheid hiertoe ontbreekt, wordt tussen de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf schriftelijk een andere plaats van deponering afgesproken, waarbij uitgangspunt is dat het vervoermiddel niet verder dan één wagenlengte op het erf behoeft te komen. Bij geschillen tussen de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf over de plaats van deponering, zal, met inachtneming van hetgeen hiervoor is gesteld, de plaats worden bepaald door de Minister.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien tussen de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf een overeenkomst is gesloten strekkende tot het deponeren van het materiaal op een andere plaats. Het materiaal wordt dan telkens op die plaats gedeponeerd.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien tussen de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf een overeenkomst is gesloten strekkende tot het deponeren van het materiaal op een andere plaats. Het materiaal wordt dan telkens op die plaats gedeponeerd.