BWBR0015511
Geldig vanaf 2003-09-13
Artikel 38
Regeling formatie en bekostiging praktijkscholen met declaratiebekostiging
1. De aanspraak op vergoeding voor de uitgaven voor het personeel, bestaande uit:
a. de uitgaven voor het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget,
b. de geldswaarde van niet verbruikte formatierekeneenheden, en
c. de vergoedingen voor de kosten van vervanging van personeel en voor de kosten van werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, van het besluit, ontstaat met ingang van de eerste kalenderdag van het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuw geopende school begint.
2. Indien het bevoegd gezag voor de opening van een nieuwe school op grond van artikel 9 aan die school een directeur heeft benoemd of aan die school een administratief medewerker of een psychologisch assistent heeft verbonden en de Minister op grond van dat artikel niet anders heeft besloten, ontstaat, in afwijking van het eerste lid, de aanspraak op vergoeding voor de uitgaven voor die functionarissen ten hoogste acht weken voor de eerste kalenderdag van het schooljaar waarin de bekostiging begint van de nieuw geopende school.
3. De in het tweede lid, eerste volzin, bedoelde aanspraak op vergoeding voor de uitgaven van de daarin genoemde functionarissen, met uitzondering van de directeur, wordt gebaseerd op het aantal leerlingen dat op de eerste teldatum is ingeschreven.
a. de uitgaven voor het personeel dat is aangesteld ten laste van het formatiebudget,
b. de geldswaarde van niet verbruikte formatierekeneenheden, en
c. de vergoedingen voor de kosten van vervanging van personeel en voor de kosten van werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, van het besluit, ontstaat met ingang van de eerste kalenderdag van het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuw geopende school begint.
2. Indien het bevoegd gezag voor de opening van een nieuwe school op grond van artikel 9 aan die school een directeur heeft benoemd of aan die school een administratief medewerker of een psychologisch assistent heeft verbonden en de Minister op grond van dat artikel niet anders heeft besloten, ontstaat, in afwijking van het eerste lid, de aanspraak op vergoeding voor de uitgaven voor die functionarissen ten hoogste acht weken voor de eerste kalenderdag van het schooljaar waarin de bekostiging begint van de nieuw geopende school.
3. De in het tweede lid, eerste volzin, bedoelde aanspraak op vergoeding voor de uitgaven van de daarin genoemde functionarissen, met uitzondering van de directeur, wordt gebaseerd op het aantal leerlingen dat op de eerste teldatum is ingeschreven.