BWBR0015511
Geldig vanaf 2003-09-13
Artikel 31
Regeling formatie en bekostiging praktijkscholen met declaratiebekostiging
1. Binnen twee weken na een teldatum zendt het bevoegd gezag van een school aan de Minister, de inspectie, gedeputeerde staten en, indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders, een opgave van het aantal leerlingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 30. De opgave, bedoeld in de eerste volzin, dient onderverdeeld te zijn in leerlingen, bedoeld in de begripsomschrijving van leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond in artikel 1 en overige leerlingen.
2. Indien op 16 januari de formatie opnieuw wordt berekend op grond van artikel 8 doet het bevoegd gezag binnen twee weken nadat de formatie opnieuw is berekend mededeling van het aantal leerlingen waarop de opnieuw berekende formatie is gebaseerd, aan de Minister, de inspectie, en indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders.
3. Indien de datum, genoemd in het tweede lid, valt op een dag waarop geen onderwijs wordt gegeven, worden op de eerstvolgende schooldag de leerlingen geteld die op die datum stonden ingeschreven.
4. In de ministeriële regeling Leerlingentelling voortgezet onderwijs (vo) wordt vastgesteld op welke wijze de opgave, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan.
5. Indien als gevolg van de wijzigingen op grond van artikel 28 een wijziging optreedt in de in het eerste lid bedoelde opgave, doet het bevoegd gezag van de school waarvan de leerling is respectievelijk leerlingen zijn uitgeschreven, binnen zes weken na de teldatum daarvan mededeling aan de Minister, de inspectie, gedeputeerde staten en, indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders.
2. Indien op 16 januari de formatie opnieuw wordt berekend op grond van artikel 8 doet het bevoegd gezag binnen twee weken nadat de formatie opnieuw is berekend mededeling van het aantal leerlingen waarop de opnieuw berekende formatie is gebaseerd, aan de Minister, de inspectie, en indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders.
3. Indien de datum, genoemd in het tweede lid, valt op een dag waarop geen onderwijs wordt gegeven, worden op de eerstvolgende schooldag de leerlingen geteld die op die datum stonden ingeschreven.
4. In de ministeriële regeling Leerlingentelling voortgezet onderwijs (vo) wordt vastgesteld op welke wijze de opgave, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan.
5. Indien als gevolg van de wijzigingen op grond van artikel 28 een wijziging optreedt in de in het eerste lid bedoelde opgave, doet het bevoegd gezag van de school waarvan de leerling is respectievelijk leerlingen zijn uitgeschreven, binnen zes weken na de teldatum daarvan mededeling aan de Minister, de inspectie, gedeputeerde staten en, indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders.