BWBR0015427
Geldig vanaf 2004-05-01
Artikel 6
Reglement BPS Korps Landelijke Politiediensten
1. In aanvulling op de in artikel 5, eerste en tweede lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 4, onder a tot en met e, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun ras voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op hun identificatie;
b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft;
c. met het oog op de verlening van hulp door de politie.
2. In aanvulling op de in artikel 5, eerste lid en tweede lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 4, onder a tot en met e, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun godsdienst of levensovertuiging, politieke gezindheid, seksualiteit en intiem levensgedrag voor zover dit onvermijdelijk is:
a. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft;
b. met het oog op de verlening van hulp door de politie;
c. met het oog op de verzorging en bejegening in geval van vrijheidsbeneming.
3. In aanvulling op de in artikel 5, eerste lid en tweede lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 4, onder a tot en met e, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun medische en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op hun identificatie;
b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft;
c. met het oog op de verlening van hulp door de politie;
d. met het oog op de verzorging en bejegening ingeval van vrijheidsbeneming;
e. ter afwering van dreigend gevaar voor leven of gezondheid van politie-ambtenaren en overige bij de direkte uitoefening van de politietaak betrokkenen.
a. met het oog op hun identificatie;
b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft;
c. met het oog op de verlening van hulp door de politie.
2. In aanvulling op de in artikel 5, eerste lid en tweede lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 4, onder a tot en met e, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun godsdienst of levensovertuiging, politieke gezindheid, seksualiteit en intiem levensgedrag voor zover dit onvermijdelijk is:
a. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft;
b. met het oog op de verlening van hulp door de politie;
c. met het oog op de verzorging en bejegening in geval van vrijheidsbeneming.
3. In aanvulling op de in artikel 5, eerste lid en tweede lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 4, onder a tot en met e, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun medische en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op hun identificatie;
b. voor de juiste beoordeling van een strafbaar feit en zulk een gegeven het slachtoffer of de motieven van de dader van dat feit betreft;
c. met het oog op de verlening van hulp door de politie;
d. met het oog op de verzorging en bejegening ingeval van vrijheidsbeneming;
e. ter afwering van dreigend gevaar voor leven of gezondheid van politie-ambtenaren en overige bij de direkte uitoefening van de politietaak betrokkenen.