BWBR0015427
Geldig vanaf 2004-05-01
Artikel 2
Reglement BPS Korps Landelijke Politiediensten
1. Het register heeft tot doel de informatievoorziening in het kader van de uitvoering van artikel 2 van de Politiewet 1993mogelijk te maken en bevat daartoe in het bijzonder de volgende modules:
A. een Meldkamermodule (artikelen 4 tot en met 6), met als specifiek doel het kunnen beschikken over gegevens ten behoeve van: a. de behandeling van bij het korps binnengekomen meldingen en door korpsleden gemelde incidenten en ondernomen acties in de surveillance- en of andere politiedienst;
b. het overzicht van beschikbare en ingezette surveillance- en andere politie-eenheden.
a. de behandeling van bij het korps binnengekomen meldingen en door korpsleden gemelde incidenten en ondernomen acties in de surveillance- en of andere politiedienst;
b. het overzicht van beschikbare en ingezette surveillance- en andere politie-eenheden.
B. een Gebeurtenissenmodule (artikelen 7 tot en met 9), met als specifiek doel het kunnen beschikken over gegevens ten behoeve van de afhandeling en verantwoording van gebeurtenissen – incidenten en acties – waar de politie, in het kader van haar taakstelling, bij is betrokken of betrokken is geweest.
C. een Processen-verbaal en rapportenmodule (artikelen 10 tot en met 12), met als specifiek doel het kunnen beschikken over gegevens ten behoeve van: a. de opsporing en vervolging van verdachten van strafbare feiten, de hulpverlening in voorkomende gevallen dan wel de handhaving van de openbare orde;
b. de verantwoording van strafvorderlijke-, administratieve- en andere ambtelijke handelingen.
a. de opsporing en vervolging van verdachten van strafbare feiten, de hulpverlening in voorkomende gevallen dan wel de handhaving van de openbare orde;
b. de verantwoording van strafvorderlijke-, administratieve- en andere ambtelijke handelingen.
D. een Goederenmodule (artikelen 13 tot en met 14a), met als specifiek doel het kunnen beschikken over gegevens ten behoeve van: a. de administratieve-, logistieke- en verdere afhandeling van in het kader van de hulpverlening ten behoeve van de rechthebbende veiliggestelde goederen, daaronder begrepen (motor)voer- en (lucht)vaartuigen;
b. de administratieve-, logistieke- en verdere afhandeling van ten behoeve van strafrechtelijk onderzoek in bewaring genomen goederen;
c. de administratieve-, logistieke- en verdere afhandeling van inbeslaggenomen goederen, zoals het beheer bij het korps en de overdracht aan de bewaarders als bedoeld in artikel 116, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;
d. de opsporing van ontvreemde goederen;
e. de opsporing en vervolging van verdachten van strafbare feiten;
f. de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van goederen;
g. de afhandeling van gevonden goederen en dieren, die door het korps in beheer zijn genomen of waarvan het beheer door de vinder plaatsvindt;
h. de afhandeling van kennisgevingen van verloren goederen en dieren.
a. de administratieve-, logistieke- en verdere afhandeling van in het kader van de hulpverlening ten behoeve van de rechthebbende veiliggestelde goederen, daaronder begrepen (motor)voer- en (lucht)vaartuigen;
b. de administratieve-, logistieke- en verdere afhandeling van ten behoeve van strafrechtelijk onderzoek in bewaring genomen goederen;
c. de administratieve-, logistieke- en verdere afhandeling van inbeslaggenomen goederen, zoals het beheer bij het korps en de overdracht aan de bewaarders als bedoeld in artikel 116, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;
d. de opsporing van ontvreemde goederen;
e. de opsporing en vervolging van verdachten van strafbare feiten;
f. de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van goederen;
g. de afhandeling van gevonden goederen en dieren, die door het korps in beheer zijn genomen of waarvan het beheer door de vinder plaatsvindt;
h. de afhandeling van kennisgevingen van verloren goederen en dieren.
E. een Modus-operandi en sporenmodule (artikelen 15 tot en met 17), met als specifiek doel het kunnen beschikken over gegevens ten behoeve van: a. de identificatie van verdachten van strafbare feiten;
b. de opsporing en vervolging van verdachten van strafbare feiten;
c. de bewijsvoering in strafzaken;
d. de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in strafzaken;
e. de identificatie van onbekende personen.
a. de identificatie van verdachten van strafbare feiten;
b. de opsporing en vervolging van verdachten van strafbare feiten;
c. de bewijsvoering in strafzaken;
d. de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in strafzaken;
e. de identificatie van onbekende personen.
F. een Afspraken op personen en lokatiemodule (artikelen 18 tot en met 20), met als specifiek doel het kunnen beschikken over gegevens ten behoeve van: a. het inzicht in met personen gemaakte afspraken teneinde adequaat politieoptreden in voorkomende gevallen te bevorderen;
b. het inzicht in omtrent personen of lokaties vastgelegde bijzonderheden teneinde adequaat politieoptreden in voorkomende gevallen te bevorderen;
c. de opsporing en aanhouding van personen die als verdachte betrokken zijn of zijn geweest bij strafbare feiten;
d. de voorkoming van strafbare feiten waarbij personen naar redelijkerwijs kan worden vermoed als verdachte betrokken zullen zijn;
e. de voorkoming en bestrijding van verstoringen van de openbare orde;
f. het verlenen van hulp aan personen waarvan aan de hand van gebeurtenissen gebleken is, dan wel te voorzien is, dat de noodzaak zich hiertoe zal voordoen.
a. het inzicht in met personen gemaakte afspraken teneinde adequaat politieoptreden in voorkomende gevallen te bevorderen;
b. het inzicht in omtrent personen of lokaties vastgelegde bijzonderheden teneinde adequaat politieoptreden in voorkomende gevallen te bevorderen;
c. de opsporing en aanhouding van personen die als verdachte betrokken zijn of zijn geweest bij strafbare feiten;
d. de voorkoming van strafbare feiten waarbij personen naar redelijkerwijs kan worden vermoed als verdachte betrokken zullen zijn;
e. de voorkoming en bestrijding van verstoringen van de openbare orde;
f. het verlenen van hulp aan personen waarvan aan de hand van gebeurtenissen gebleken is, dan wel te voorzien is, dat de noodzaak zich hiertoe zal voordoen.
2. Gegevens uit het register kunnen worden gebruikt ten behoeve van interne bedrijfsstatistiek, interne bedrijfsvoering en interne ontwikkeling van beleid met betrekking tot de uitvoering van de politietaak.
3. Het geautomatiseerde gedeelte van het register is gebaseerd op een relationele gegevensstructuur, waarmee relaties worden gelegd tussen onder meer incidenten, personen, lokaties, goederen en voertuigen.
4. Het handmatige gedeelte van het register wordt gevormd door uitgeprinte rapporten, processen-verbaal, dossiers en andere schriftelijke bescheiden, die via het geautomatiseerde gedeelte van het register systematisch toegankelijk zijn.
5. Gegevens in het geautomatiseerde gedeelte van het register kunnen met behulp van onder meer lijstfuncties en informationretrievalsystemen full-text, gestructureerd en gecombineerd worden bevraagd.
6. In Bijlage I is aangegeven op welke territoriale en functionele onderdelen van het korps het register wordt gevoerd of rechtstreeks toegankelijk is. Deze Bijlage maakt deel uit van het reglement.
A. een Meldkamermodule (artikelen 4 tot en met 6), met als specifiek doel het kunnen beschikken over gegevens ten behoeve van: a. de behandeling van bij het korps binnengekomen meldingen en door korpsleden gemelde incidenten en ondernomen acties in de surveillance- en of andere politiedienst;
b. het overzicht van beschikbare en ingezette surveillance- en andere politie-eenheden.
a. de behandeling van bij het korps binnengekomen meldingen en door korpsleden gemelde incidenten en ondernomen acties in de surveillance- en of andere politiedienst;
b. het overzicht van beschikbare en ingezette surveillance- en andere politie-eenheden.
B. een Gebeurtenissenmodule (artikelen 7 tot en met 9), met als specifiek doel het kunnen beschikken over gegevens ten behoeve van de afhandeling en verantwoording van gebeurtenissen – incidenten en acties – waar de politie, in het kader van haar taakstelling, bij is betrokken of betrokken is geweest.
C. een Processen-verbaal en rapportenmodule (artikelen 10 tot en met 12), met als specifiek doel het kunnen beschikken over gegevens ten behoeve van: a. de opsporing en vervolging van verdachten van strafbare feiten, de hulpverlening in voorkomende gevallen dan wel de handhaving van de openbare orde;
b. de verantwoording van strafvorderlijke-, administratieve- en andere ambtelijke handelingen.
a. de opsporing en vervolging van verdachten van strafbare feiten, de hulpverlening in voorkomende gevallen dan wel de handhaving van de openbare orde;
b. de verantwoording van strafvorderlijke-, administratieve- en andere ambtelijke handelingen.
D. een Goederenmodule (artikelen 13 tot en met 14a), met als specifiek doel het kunnen beschikken over gegevens ten behoeve van: a. de administratieve-, logistieke- en verdere afhandeling van in het kader van de hulpverlening ten behoeve van de rechthebbende veiliggestelde goederen, daaronder begrepen (motor)voer- en (lucht)vaartuigen;
b. de administratieve-, logistieke- en verdere afhandeling van ten behoeve van strafrechtelijk onderzoek in bewaring genomen goederen;
c. de administratieve-, logistieke- en verdere afhandeling van inbeslaggenomen goederen, zoals het beheer bij het korps en de overdracht aan de bewaarders als bedoeld in artikel 116, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;
d. de opsporing van ontvreemde goederen;
e. de opsporing en vervolging van verdachten van strafbare feiten;
f. de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van goederen;
g. de afhandeling van gevonden goederen en dieren, die door het korps in beheer zijn genomen of waarvan het beheer door de vinder plaatsvindt;
h. de afhandeling van kennisgevingen van verloren goederen en dieren.
a. de administratieve-, logistieke- en verdere afhandeling van in het kader van de hulpverlening ten behoeve van de rechthebbende veiliggestelde goederen, daaronder begrepen (motor)voer- en (lucht)vaartuigen;
b. de administratieve-, logistieke- en verdere afhandeling van ten behoeve van strafrechtelijk onderzoek in bewaring genomen goederen;
c. de administratieve-, logistieke- en verdere afhandeling van inbeslaggenomen goederen, zoals het beheer bij het korps en de overdracht aan de bewaarders als bedoeld in artikel 116, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;
d. de opsporing van ontvreemde goederen;
e. de opsporing en vervolging van verdachten van strafbare feiten;
f. de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van goederen;
g. de afhandeling van gevonden goederen en dieren, die door het korps in beheer zijn genomen of waarvan het beheer door de vinder plaatsvindt;
h. de afhandeling van kennisgevingen van verloren goederen en dieren.
E. een Modus-operandi en sporenmodule (artikelen 15 tot en met 17), met als specifiek doel het kunnen beschikken over gegevens ten behoeve van: a. de identificatie van verdachten van strafbare feiten;
b. de opsporing en vervolging van verdachten van strafbare feiten;
c. de bewijsvoering in strafzaken;
d. de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in strafzaken;
e. de identificatie van onbekende personen.
a. de identificatie van verdachten van strafbare feiten;
b. de opsporing en vervolging van verdachten van strafbare feiten;
c. de bewijsvoering in strafzaken;
d. de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in strafzaken;
e. de identificatie van onbekende personen.
F. een Afspraken op personen en lokatiemodule (artikelen 18 tot en met 20), met als specifiek doel het kunnen beschikken over gegevens ten behoeve van: a. het inzicht in met personen gemaakte afspraken teneinde adequaat politieoptreden in voorkomende gevallen te bevorderen;
b. het inzicht in omtrent personen of lokaties vastgelegde bijzonderheden teneinde adequaat politieoptreden in voorkomende gevallen te bevorderen;
c. de opsporing en aanhouding van personen die als verdachte betrokken zijn of zijn geweest bij strafbare feiten;
d. de voorkoming van strafbare feiten waarbij personen naar redelijkerwijs kan worden vermoed als verdachte betrokken zullen zijn;
e. de voorkoming en bestrijding van verstoringen van de openbare orde;
f. het verlenen van hulp aan personen waarvan aan de hand van gebeurtenissen gebleken is, dan wel te voorzien is, dat de noodzaak zich hiertoe zal voordoen.
a. het inzicht in met personen gemaakte afspraken teneinde adequaat politieoptreden in voorkomende gevallen te bevorderen;
b. het inzicht in omtrent personen of lokaties vastgelegde bijzonderheden teneinde adequaat politieoptreden in voorkomende gevallen te bevorderen;
c. de opsporing en aanhouding van personen die als verdachte betrokken zijn of zijn geweest bij strafbare feiten;
d. de voorkoming van strafbare feiten waarbij personen naar redelijkerwijs kan worden vermoed als verdachte betrokken zullen zijn;
e. de voorkoming en bestrijding van verstoringen van de openbare orde;
f. het verlenen van hulp aan personen waarvan aan de hand van gebeurtenissen gebleken is, dan wel te voorzien is, dat de noodzaak zich hiertoe zal voordoen.
2. Gegevens uit het register kunnen worden gebruikt ten behoeve van interne bedrijfsstatistiek, interne bedrijfsvoering en interne ontwikkeling van beleid met betrekking tot de uitvoering van de politietaak.
3. Het geautomatiseerde gedeelte van het register is gebaseerd op een relationele gegevensstructuur, waarmee relaties worden gelegd tussen onder meer incidenten, personen, lokaties, goederen en voertuigen.
4. Het handmatige gedeelte van het register wordt gevormd door uitgeprinte rapporten, processen-verbaal, dossiers en andere schriftelijke bescheiden, die via het geautomatiseerde gedeelte van het register systematisch toegankelijk zijn.
5. Gegevens in het geautomatiseerde gedeelte van het register kunnen met behulp van onder meer lijstfuncties en informationretrievalsystemen full-text, gestructureerd en gecombineerd worden bevraagd.
6. In Bijlage I is aangegeven op welke territoriale en functionele onderdelen van het korps het register wordt gevoerd of rechtstreeks toegankelijk is. Deze Bijlage maakt deel uit van het reglement.