BWBR0015414
Geldig vanaf 2003-08-10
Artikel 27
Regeling vervolg verdeling frequenties commerciële radio-omroep 2003
1. Bij de uitvoering van de vergelijkende toets voor kavel A8 als kavel voor geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep wordt getoetst in hoeverre de aanvrager programmatisch meer biedt dan hetgeen voor die kavel is voorgeschreven op grond van de artikel 4 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003zoals deze luidde vóór de inwerkingtreding van de Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 24 februari 2023, nr. WJZ 34858995 (14696), handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en Klimaat, tot wijziging van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 in verband met modernisering van de clausuleringen.
2. Voorts wordt het overeenkomstig bijlage 8in de aanvraag opgenomen bedrijfsplan voor kavel A8 getoetst op financiële haalbaarheid. Bij deze toets wordt tevens de samenhang en het realiteitsgehalte van het bedrijfsplan betrokken.
3. Bij de toets op financiële haalbaarheid van het bedrijfsplan wordt beoordeeld in hoeverre de aanvrager de kavel gedurende de looptijd van de vergunning kan exploiteren.
4. Het bedrijfsplan bestaat uit de volgende onderdelen:
a. de programmatische voornemens van de aanvrager;
b. de doelgroep waarop de aanvrager zich met zijn programmatische voornemens richt;
c. de kennis van de luisteraarmarkt en adverteerdermarkt waarbinnen de aanvrager opereert;
d. de inrichting van de organisatie van de aanvrager;
e. de te verwachten netto omzet en kosten;
f. de investeringen;
g. de financieringsbehoefte en de wijze waarop daarin is of wordt voorzien.
2. Voorts wordt het overeenkomstig bijlage 8in de aanvraag opgenomen bedrijfsplan voor kavel A8 getoetst op financiële haalbaarheid. Bij deze toets wordt tevens de samenhang en het realiteitsgehalte van het bedrijfsplan betrokken.
3. Bij de toets op financiële haalbaarheid van het bedrijfsplan wordt beoordeeld in hoeverre de aanvrager de kavel gedurende de looptijd van de vergunning kan exploiteren.
4. Het bedrijfsplan bestaat uit de volgende onderdelen:
a. de programmatische voornemens van de aanvrager;
b. de doelgroep waarop de aanvrager zich met zijn programmatische voornemens richt;
c. de kennis van de luisteraarmarkt en adverteerdermarkt waarbinnen de aanvrager opereert;
d. de inrichting van de organisatie van de aanvrager;
e. de te verwachten netto omzet en kosten;
f. de investeringen;
g. de financieringsbehoefte en de wijze waarop daarin is of wordt voorzien.