BWBR0015386
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 7
Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte
1. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters genieten een bezoldiging overeenkomstig een van de salarisschalen van <a href="/wet/BWBR0003630" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984</a>.
2. Het salaris wordt naar rato van de arbeidsduur bepaald.
3. De salarisschaal welke voor de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters geldt, wordt door de minister bepaald met inachtneming van de aard en het niveau van zijn functie aan de hand van het door of in overeenstemming met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde normeringsstelsel, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003630/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984</a>.
4. De <a href="/wet/BWBR0003630/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 6, eerste en tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0003630/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">7, eerste tot en met zesde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0003630/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">8, eerste tot en met derde lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984</a>zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder ‘bevoegd gezag’ wordt verstaan:
a. de minister, voor zover het de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter betreft, en
b. de voorzitter, voor zover het de zittingsvoorzitters betreft.
5. <a href="/wet/BWBR0001950/artikel/102" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 102 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement</a>is van overeenkomstige toepassing in geval van overlijden van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of een zittingsvoorzitter.
6. Indien het overlijden van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of een zittingsvoorzitter het gevolg is van een dienstongeval of beroepsziekte, is <a href="/wet/BWBR0001950/artikel/102b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 102b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement</a>van overeenkomstige toepassing.
2. Het salaris wordt naar rato van de arbeidsduur bepaald.
3. De salarisschaal welke voor de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters geldt, wordt door de minister bepaald met inachtneming van de aard en het niveau van zijn functie aan de hand van het door of in overeenstemming met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde normeringsstelsel, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003630/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984</a>.
4. De <a href="/wet/BWBR0003630/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 6, eerste en tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0003630/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">7, eerste tot en met zesde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0003630/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">8, eerste tot en met derde lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984</a>zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder ‘bevoegd gezag’ wordt verstaan:
a. de minister, voor zover het de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter betreft, en
b. de voorzitter, voor zover het de zittingsvoorzitters betreft.
5. <a href="/wet/BWBR0001950/artikel/102" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 102 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement</a>is van overeenkomstige toepassing in geval van overlijden van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of een zittingsvoorzitter.
6. Indien het overlijden van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of een zittingsvoorzitter het gevolg is van een dienstongeval of beroepsziekte, is <a href="/wet/BWBR0001950/artikel/102b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 102b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement</a>van overeenkomstige toepassing.