BWBR0015351
Geldig vanaf 2003-08-01
Artikel 2
Regeling aanvullende bekostiging leerlingen met het syndroom van Down voortgezet onderwijs
1. Aan het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschap kan op aanvraag van het bevoegd gezag een aanvullende personele bekostiging worden toegekend ten behoeve van een geïndiceerde leerling, als bedoeld in artikel 77a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, met het Syndroom van Down.
2. De aanvullende personele bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend vanaf de eerste dag van de maand volgend op de datum van de melding, bedoeld in artikel 77a, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijsen toegekend aan het bevoegd gezag van de school met ingang van 1 augustus volgend op die melding.
3. Indien aan het bevoegd gezag van een school op grond van het eerste lid een aanvullende personele bekostiging is toegekend, wordt bij inschrijving van de leerling op een andere school een aanvullende bekostiging op basis van deze regeling, berekend eerst met ingang van het nieuwe schooljaar en aan het bevoegd gezag van die andere school toegekend met ingang van het daarop volgende schooljaar.
2. De aanvullende personele bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend vanaf de eerste dag van de maand volgend op de datum van de melding, bedoeld in artikel 77a, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijsen toegekend aan het bevoegd gezag van de school met ingang van 1 augustus volgend op die melding.
3. Indien aan het bevoegd gezag van een school op grond van het eerste lid een aanvullende personele bekostiging is toegekend, wordt bij inschrijving van de leerling op een andere school een aanvullende bekostiging op basis van deze regeling, berekend eerst met ingang van het nieuwe schooljaar en aan het bevoegd gezag van die andere school toegekend met ingang van het daarop volgende schooljaar.