1. Een vermindering van de hoogte van een luikhoofd op blootgestelde gedeelten van het werkdek als bedoeld in
artikel 2.6, eerste lid, van het Vissersvaartuigenbesluit 2002is toegestaan tot een hoogte van ten minste 400 mm indien dit luikhoofd zich voor het einde van de bak bevindt.
2. Indien de ruimten onder de in het eerste lid bedoelde luikhoofden waterdichte ruimten zijn die zijn bedoeld voor het bewaren van vis en het vaartuig nog aan de stabiliteitscriteria voldoet indien die ruimten vol zeewater gerekend worden, kan de hoogte van de luikhoofden nul mm bedragen.