BWBR0015279
Geldig vanaf 2003-08-02
Artikel 2
Subsidieregeling nationale programma's voor internationalisering in het primair en voortgezet onderwijs
1. De algemene doelstelling van deze regeling is het stimuleren van de internationale oriëntatie van leerlingen en docenten en het bevorderen dat internationale samenwerking tussen scholen in Nederland en scholen in andere Europese landen een vaste plaats krijgt in het schoolbeleid. Gelet op deze doelstelling verstrekt de minister subsidie voor de onderstaande programma's:
a. buurlanden: het bieden van een mogelijkheid aan scholen in het primair onderwijs hun leerlingen mee te laten doen met internationaliseringsactiviteiten gericht op de buurlanden, met daarbij nadruk op het gebruik van Informatie en Communicatietechnologie (ICT), omschreven in bijlage 1;
b. PLUVO: het vergroten van de internationale oriëntatie van leerlingen en scholen door het stimuleren van leerlingenuitwisseling respectievelijk het aangaan van vaste partnerschappen tussen Nederlandse scholen en scholen in andere Europese landen, omschreven in bijlage 2;
c. PLATO+: het vergroten van de Europese of internationale oriëntatie en de daarmee samenhangende deskundigheid van (toekomstige) leerkrachten en schoolleiders, door het stimuleren van nascholing (in ruime zin) in het buitenland, omschreven in bijlage 3;
d. PITON: het op een hoger niveau brengen van de vaardigheid van leerlingen in de doeltalen Engels, Frans of Duits door het stimuleren van tweetalig onderwijs, versterkt talenonderwijs, vervroegd talenonderwijs en de inzet van 'native speakers' als taalassistenten, omschreven in bijlage 4.
a. buurlanden: het bieden van een mogelijkheid aan scholen in het primair onderwijs hun leerlingen mee te laten doen met internationaliseringsactiviteiten gericht op de buurlanden, met daarbij nadruk op het gebruik van Informatie en Communicatietechnologie (ICT), omschreven in bijlage 1;
b. PLUVO: het vergroten van de internationale oriëntatie van leerlingen en scholen door het stimuleren van leerlingenuitwisseling respectievelijk het aangaan van vaste partnerschappen tussen Nederlandse scholen en scholen in andere Europese landen, omschreven in bijlage 2;
c. PLATO+: het vergroten van de Europese of internationale oriëntatie en de daarmee samenhangende deskundigheid van (toekomstige) leerkrachten en schoolleiders, door het stimuleren van nascholing (in ruime zin) in het buitenland, omschreven in bijlage 3;
d. PITON: het op een hoger niveau brengen van de vaardigheid van leerlingen in de doeltalen Engels, Frans of Duits door het stimuleren van tweetalig onderwijs, versterkt talenonderwijs, vervroegd talenonderwijs en de inzet van 'native speakers' als taalassistenten, omschreven in bijlage 4.