BWBR0015279
Geldig vanaf 2003-08-02
Artikel 11
Subsidieregeling nationale programma's voor internationalisering in het primair en voortgezet onderwijs
1. De instelling kan de subsidie uitsluitend besteden aan activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft.
2. De instelling dient binnen dertien weken na afloop van de activiteit waarvoor subsidie is verleend, bij het Europees Platform een aanvraag in tot vaststelling van het subsidiebedrag. Hierbij overlegt de instelling een activiteitenverslag en financieel verslag, conform de richtlijnen van het Europees Platform, waaruit blijkt dat de activiteiten hebben plaats gevonden overeenkomstig deze regeling en de beschikking tot subsidieverlening.
3. Het definitieve subsidiebedrag wordt vastgesteld op basis van de onder het vorige lid genoemde verslagen. Bij de vaststelling van het subsidiebedrag geldt het toegekende bedrag als maximum.
2. De instelling dient binnen dertien weken na afloop van de activiteit waarvoor subsidie is verleend, bij het Europees Platform een aanvraag in tot vaststelling van het subsidiebedrag. Hierbij overlegt de instelling een activiteitenverslag en financieel verslag, conform de richtlijnen van het Europees Platform, waaruit blijkt dat de activiteiten hebben plaats gevonden overeenkomstig deze regeling en de beschikking tot subsidieverlening.
3. Het definitieve subsidiebedrag wordt vastgesteld op basis van de onder het vorige lid genoemde verslagen. Bij de vaststelling van het subsidiebedrag geldt het toegekende bedrag als maximum.