BWBR0015233
Geldig vanaf 2003-06-22
Artikel 5
Tijdelijke rio-regeling
1. Voor 1 maart 2004 legt een gemeente waaraan een uitkering is verleend, de Minister een verantwoording over waaruit blijkt:
a. in hoeverre de uitkering, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, tot en met 31 december 2003 is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is bestemd;
b. hoeveel indicatiebesluiten als bedoeld in artikel 2, vierde lid, onderdelen a, b, c respectievelijk d, in de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003 gegeven zijn en welke bedragen dientengevolge aan het indicatieorgaan betaald zijn of nog betaald zullen worden.
2. De verantwoording gaat vergezeld van een verslag waarin inzicht wordt gegeven in de aard, duur en omvang van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a.
3. Indien de gemeente vaststelling van een uitkering van meer dan € 125 000 wenst, is de verantwoording voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
4. De Minister kan voorwaarden stellen aan de inrichting van de verantwoording, het verslag en de verklaring.
a. in hoeverre de uitkering, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, tot en met 31 december 2003 is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is bestemd;
b. hoeveel indicatiebesluiten als bedoeld in artikel 2, vierde lid, onderdelen a, b, c respectievelijk d, in de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003 gegeven zijn en welke bedragen dientengevolge aan het indicatieorgaan betaald zijn of nog betaald zullen worden.
2. De verantwoording gaat vergezeld van een verslag waarin inzicht wordt gegeven in de aard, duur en omvang van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a.
3. Indien de gemeente vaststelling van een uitkering van meer dan € 125 000 wenst, is de verantwoording voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
4. De Minister kan voorwaarden stellen aan de inrichting van de verantwoording, het verslag en de verklaring.