1. De Minister kan een in bijlage 1genoemde gemeente voor de periode van 1 april 2003 tot en met 31 december 2003 een uitkering verstrekken ten behoeve van aanvullende financiering van het indicatieorgaan in wiens werkgebied zij ligt.
2. De uitkering wordt verstrekt voor de volgende activiteiten van het indicatieorgaan:
a. het door middel van inzet van extra personeel of apparatuur voorkomen dat de invoering van indicatie naar functiegerichte zorgaanspraken tot langere wachtlijsten of langere beslistermijnen leidt;
b. het indiceren van personen met een psychiatrische aandoening.
3. Voor de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde activiteiten wordt een uitkering verstrekt van ten hoogste het in bijlage 1 bij deze regeling voor de betrokken gemeente in de tweede kolom bepaalde bedrag.
4. Voor de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde activiteiten wordt per gegeven indicatiebesluit een van de volgende bedragen uitgekeerd:
a. indien de aanvraag conform artikel 9, eerste lid, van het Zorgindicatiebesluit door een team van deskundigen is onderzocht maar geen advies is gegeven door de rechtspersoon, bedoeld in artikel 9a van het Zorgindicatiebesluit: € 373;
b. indien de zorgvrager of zijn wettelijk vertegenwoordiger voor een persoonlijk vraaggesprek moest worden bezocht, maar de aanvraag niet door een team van deskundigen hoefde te worden onderzocht: € 125;
c. indien na het in behandeling nemen van de aanvraag informatie van derden, niet zijnde de zorgvrager, zijn wettelijke vertegenwoordiger of de rechtspersoon, bedoeld in artikel 9a van het Zorgindicatiebesluit, over de zorgvrager moest worden bestudeerd, maar noch een bezoek aan hem of zijn wettelijk vertegenwoordiger noodzakelijk was, noch een onderzoek door een team van deskundigen: € 75;
d. in alle andere gevallen: € 30.
5. In afwijking van het vierde lid wordt geen bedrag verstrekt, indien het indicatieorgaan het nemen van het indicatiebesluit heeft gemandateerd aan de rechtspersoon, bedoeld in
artikel 9a van het Zorgindicatiebesluit.
6. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de uitkering mede verstrekt voor door het indicatieorgaan in het eerste kwartaal van 2003 onder eigen verantwoordelijkheid gegeven indicatieadviezen met betrekking tot langdurig zorgafhankelijken in de geestelijke gezondheidszorg. Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing.