BWBR0015139
Geldig vanaf 2003-06-05
Artikel 4
Regeling subsidies elektronische communicatie
1. Als projectkosten worden uitsluitend kosten in aanmerking genomen die rechtstreeks aan de uitvoering van het project zijn toe te rekenen en die door de subsidie-ontvanger na de indiening van de aanvraag zijn gemaakt en voor zover sprake is van
1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom `loon voor de loonbelasting' van de loonstaat van het betrokken directe personeel, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1650 productieve uren per jaar;
2°. kosten van apparatuur, uitrusting, land en gebouwen die uitsluitend en permanent voor het project worden gebruikt, tenzij ze door een deelnemer in het samenwerkingsverband op commerciële basis ter beschikking worden gesteld, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het project toe te rekenen afschrijvingskosten, berekend op basis van de historische aanschafprijzen en de door de belastingdienst geaccepteerde afschrijvingstermijnen, met uitzondering van mogelijkheden tot vervroegde afschrijving, of lease-termijnen, met uitzondering van financieringskosten, en gebaseerd op de bedrijfseconomische levensduur;
3°. aan derden verschuldigde kosten voor diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt, met inbegrip van advies, aangekocht onderzoek, aangekochte technische kennis en octrooien, met uitzondering van binnenlandse reis- en verblijfkosten;
4°. extra algemene kosten die rechtstreeks uit het project voortvloeien, tot een maximum van 25 % van de onder 1o. bedoelde kosten; of
5°. andere exploitatiekosten, zoals die van verbruikt materieel en leveranties, die rechtstreeks uit het project voortvloeien, gebaseerd op historische aanschafprijzen.
2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder 1o, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van een project wordt verricht, wordt voor de berekening van deze kosten uitgegaan van een uurtarief van € 23,-.
3. Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens gerekend de omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom `loon voor de loonbelasting' van de loonstaat van het betrokken directe personeel, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1650 productieve uren per jaar;
2°. kosten van apparatuur, uitrusting, land en gebouwen die uitsluitend en permanent voor het project worden gebruikt, tenzij ze door een deelnemer in het samenwerkingsverband op commerciële basis ter beschikking worden gesteld, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het project toe te rekenen afschrijvingskosten, berekend op basis van de historische aanschafprijzen en de door de belastingdienst geaccepteerde afschrijvingstermijnen, met uitzondering van mogelijkheden tot vervroegde afschrijving, of lease-termijnen, met uitzondering van financieringskosten, en gebaseerd op de bedrijfseconomische levensduur;
3°. aan derden verschuldigde kosten voor diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt, met inbegrip van advies, aangekocht onderzoek, aangekochte technische kennis en octrooien, met uitzondering van binnenlandse reis- en verblijfkosten;
4°. extra algemene kosten die rechtstreeks uit het project voortvloeien, tot een maximum van 25 % van de onder 1o. bedoelde kosten; of
5°. andere exploitatiekosten, zoals die van verbruikt materieel en leveranties, die rechtstreeks uit het project voortvloeien, gebaseerd op historische aanschafprijzen.
2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder 1o, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van een project wordt verricht, wordt voor de berekening van deze kosten uitgegaan van een uurtarief van € 23,-.
3. Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens gerekend de omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.