BWBR0015136
Geldig vanaf 2003-05-27
Artikel 243
Rechtspositiebesluit WPO/WEC
1. De betrokkene kan in beroep komen tegen een door het instellingsbestuur genomen besluit inhoudende:
a. ontzegging van de toegang tot de instelling;
b. oplegging van een straf;
c. ontslag anders dan op eigen verzoek, voordat hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, of het tijdvak waarvoor hij is benoemd, is verstreken;
d. schorsing;
e. het direct of indirect onthouden van promotie;
f. de beslissing van het instellingsbestuur ten aanzien van een personeelslid op basis waarvan op termijn opheffing van zijn betrekking kan plaatsvinden;
g. de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband;
h. de aanwijzing als personeelslid boven de reguliere formatie voortvloeiend uit een algemeen verbindend voorschrift, die op termijn kan leiden tot ontslag of beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband;
i. de aanwijzing van een andere school of andere scholen waaraan een betrokkene werkzaamheden zal verrichten.
2. Indien in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, de betrokkene voor het verstrijken van de beroepstermijn is overleden, kunnen in beroep komen zijn nagelaten betrekkingen die recht hebben op een uitkering bij overlijden.
3. De appellant dient bij de voorzitter van de commissie een door hem of door zijn raadsman ondertekend beroepschrift in, waarbij wordt gevoegd:
a. een afschrift van het bestuursbesluit waartegen het beroep wordt ingesteld;
b. een afschrift van de akte van benoeming;
c. afschriften van de voornaamste op de zaak betrekking hebbende stukken.
4. Het beroepschrift bevat:
a. een opgave van de naam, de voornamen en het adres van de appellant en zo nodig de gekozen woonplaats ten aanzien van de procedure;
b. een zo volledig mogelijke aanduiding van de naam en het adres van de tegenpartij;
c. een mededeling van de vordering en de gronden waarop deze berust.
5. Het beroepschrift moet worden ingediend bij de voorzitter van de commissie binnen 6 weken, gerekend vanaf de dag na die waarop het bestuursbesluit waartegen het beroep wordt ingesteld, aan appellant is verzonden.
6. Indien het beroepschrift niet voldoet aan de eisen gesteld in het tweede en derde lid van dit artikel, wijst de voorzitter de appellant op het gepleegde verzuim en nodigt hem uit binnen 2 weken een hersteld beroepschrift in te zenden.
a. ontzegging van de toegang tot de instelling;
b. oplegging van een straf;
c. ontslag anders dan op eigen verzoek, voordat hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, of het tijdvak waarvoor hij is benoemd, is verstreken;
d. schorsing;
e. het direct of indirect onthouden van promotie;
f. de beslissing van het instellingsbestuur ten aanzien van een personeelslid op basis waarvan op termijn opheffing van zijn betrekking kan plaatsvinden;
g. de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband;
h. de aanwijzing als personeelslid boven de reguliere formatie voortvloeiend uit een algemeen verbindend voorschrift, die op termijn kan leiden tot ontslag of beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband;
i. de aanwijzing van een andere school of andere scholen waaraan een betrokkene werkzaamheden zal verrichten.
2. Indien in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, de betrokkene voor het verstrijken van de beroepstermijn is overleden, kunnen in beroep komen zijn nagelaten betrekkingen die recht hebben op een uitkering bij overlijden.
3. De appellant dient bij de voorzitter van de commissie een door hem of door zijn raadsman ondertekend beroepschrift in, waarbij wordt gevoegd:
a. een afschrift van het bestuursbesluit waartegen het beroep wordt ingesteld;
b. een afschrift van de akte van benoeming;
c. afschriften van de voornaamste op de zaak betrekking hebbende stukken.
4. Het beroepschrift bevat:
a. een opgave van de naam, de voornamen en het adres van de appellant en zo nodig de gekozen woonplaats ten aanzien van de procedure;
b. een zo volledig mogelijke aanduiding van de naam en het adres van de tegenpartij;
c. een mededeling van de vordering en de gronden waarop deze berust.
5. Het beroepschrift moet worden ingediend bij de voorzitter van de commissie binnen 6 weken, gerekend vanaf de dag na die waarop het bestuursbesluit waartegen het beroep wordt ingesteld, aan appellant is verzonden.
6. Indien het beroepschrift niet voldoet aan de eisen gesteld in het tweede en derde lid van dit artikel, wijst de voorzitter de appellant op het gepleegde verzuim en nodigt hem uit binnen 2 weken een hersteld beroepschrift in te zenden.