BWBR0015054
Geldig vanaf 2003-05-15
Artikel 9
Instelling Commissie interdepartementaal Overleg inzake Zeegaande Vaartuigen
1. Een minister, genoemd in artikel 3, of een beheerder meldt aan de voorzitter van de Commissie wanneer er tijdelijk behoefte aan een civiel zeegaand vaartuig bestaat.
2. De Commissie overlegt na de ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid over de wijze waarop in de tijdelijke behoefte kan worden voorzien. De voorzitter van de Commissie kan hiertoe voorstellen doen. De Commissie deelt na haar beraadslaging de uitslag aan de minister of beheerder mede.
3. Bij dringende behoefte aan een civiel zeegaand vaartuig overlegt het desbetreffende commissielid, in afwijking van het eerste en tweede lid, met de voorzitter van de Commissie. De uitslag wordt zo spoedig mogelijk aan de leden van de Commissie medegedeeld.
2. De Commissie overlegt na de ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid over de wijze waarop in de tijdelijke behoefte kan worden voorzien. De voorzitter van de Commissie kan hiertoe voorstellen doen. De Commissie deelt na haar beraadslaging de uitslag aan de minister of beheerder mede.
3. Bij dringende behoefte aan een civiel zeegaand vaartuig overlegt het desbetreffende commissielid, in afwijking van het eerste en tweede lid, met de voorzitter van de Commissie. De uitslag wordt zo spoedig mogelijk aan de leden van de Commissie medegedeeld.