BWBR0015054
Geldig vanaf 2003-05-15
Artikel 3
Instelling Commissie interdepartementaal Overleg inzake Zeegaande Vaartuigen
1. De Commissie adviseert de ministers van Verkeer en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie, Financiën, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen jaarlijks omtrent:
a. het interdepartementaal gebruik van de bij de in de aanhef genoemde ministeries in beheer zijnde civiele zeegaande rijksvaartuigen;
b. de verwerving van civiele zeegaande vaartuigen voor de rijksoverheid; en
c. de verwerving van civiele zeegaande vaartuigen ten behoeve van stichtingen of andere instellingen die geheel of overwegend door de rijksoverheid worden gesubsidieerd.
2. De Commissie doet van een door haar uitgebracht advies als bedoeld in het eerste lid, een afschrift toekomen aan het Interdepartementaal Directeuren Overleg Noordzee.
a. het interdepartementaal gebruik van de bij de in de aanhef genoemde ministeries in beheer zijnde civiele zeegaande rijksvaartuigen;
b. de verwerving van civiele zeegaande vaartuigen voor de rijksoverheid; en
c. de verwerving van civiele zeegaande vaartuigen ten behoeve van stichtingen of andere instellingen die geheel of overwegend door de rijksoverheid worden gesubsidieerd.
2. De Commissie doet van een door haar uitgebracht advies als bedoeld in het eerste lid, een afschrift toekomen aan het Interdepartementaal Directeuren Overleg Noordzee.