BWBR0014820
Geldig vanaf 2003-03-30
Artikel 4
Regeling leen- en depositofaciliteit agentschappen 2003
1. Jaarlijks kunnen ten behoeve van een agentschap een of meer leenplafonds voor leningen met bepaalde looptijden worden vastgesteld.
2. Aanvragen voor het vaststellen van een leenplafond worden, door tussenkomst van de Centrale directie Financieel-Economische Zaken van het ministerie waaronder het agentschap ressorteert, door het betrokken agentschap ingediend bij de directeur van de Inspectie der Rijksfinanciën van het Ministerie van Financiën op een wijze die door de Minister van Financiën nader wordt vastgesteld.
3. Aanvragen voor het vaststellen van een leenplafond worden ingediend voorafgaand aan het jaar waarin de geldmiddelen benodigd zijn en wel zodanig tijdig dat over de toekenning ervan op voorstel van de Minister van Financiën door de ministerraad kan worden beslist op het hoofdbesluitvormingsmoment met betrekking tot de eerstvolgende Rijksbegroting.
4. In bijzondere situaties kunnen vastgestelde leenplafonds worden bijgesteld in het jaar waarin de leningen worden opgenomen. Aanvragen voor het bijstellen van de leenplafonds worden zodanig tijdig ingediend dat over de toekenning ervan op voorstel van de Minister van Financiën door de ministerraad kan worden beslist op het hoofdbesluitvormingsmoment met betrekking tot de Rijksbegroting in het lopende jaar.
5. In een jaar waarvoor voor een agentschap een of meer leenplafonds zijn vastgesteld, kunnen aan het betrokken agentschap leningen met bepaalde looptijden worden toegekend. Bij de toekenning worden de vastgestelde leenplafonds niet overschreden.
6. Aanvragen voor het opnemen van een lening worden door het agentschap schriftelijk of elektronisch ingediend bij de directie Begrotingszaken, afdeling Rijksbegrotingsinformatiecentrum van het Ministerie van Financiën, hierna te noemen: het RIC.
7. Aanvragen voor het plaatsen van een termijndeposito worden door het agentschap schriftelijk of elektronisch ingediend bij het RIC.
8. De toekenning van een aanvraag als bedoeld in het zesde of zevende lid wordt door het RIC schriftelijk bevestigd onder vermelding van de modaliteiten die met betrekking tot de lening of de termijndeposito gelden. Voor een lening, onderscheidenlijk een termijndeposito gelden de in artikel 6, respectievelijk artikel 7 beschreven algemene voorwaarden.
2. Aanvragen voor het vaststellen van een leenplafond worden, door tussenkomst van de Centrale directie Financieel-Economische Zaken van het ministerie waaronder het agentschap ressorteert, door het betrokken agentschap ingediend bij de directeur van de Inspectie der Rijksfinanciën van het Ministerie van Financiën op een wijze die door de Minister van Financiën nader wordt vastgesteld.
3. Aanvragen voor het vaststellen van een leenplafond worden ingediend voorafgaand aan het jaar waarin de geldmiddelen benodigd zijn en wel zodanig tijdig dat over de toekenning ervan op voorstel van de Minister van Financiën door de ministerraad kan worden beslist op het hoofdbesluitvormingsmoment met betrekking tot de eerstvolgende Rijksbegroting.
4. In bijzondere situaties kunnen vastgestelde leenplafonds worden bijgesteld in het jaar waarin de leningen worden opgenomen. Aanvragen voor het bijstellen van de leenplafonds worden zodanig tijdig ingediend dat over de toekenning ervan op voorstel van de Minister van Financiën door de ministerraad kan worden beslist op het hoofdbesluitvormingsmoment met betrekking tot de Rijksbegroting in het lopende jaar.
5. In een jaar waarvoor voor een agentschap een of meer leenplafonds zijn vastgesteld, kunnen aan het betrokken agentschap leningen met bepaalde looptijden worden toegekend. Bij de toekenning worden de vastgestelde leenplafonds niet overschreden.
6. Aanvragen voor het opnemen van een lening worden door het agentschap schriftelijk of elektronisch ingediend bij de directie Begrotingszaken, afdeling Rijksbegrotingsinformatiecentrum van het Ministerie van Financiën, hierna te noemen: het RIC.
7. Aanvragen voor het plaatsen van een termijndeposito worden door het agentschap schriftelijk of elektronisch ingediend bij het RIC.
8. De toekenning van een aanvraag als bedoeld in het zesde of zevende lid wordt door het RIC schriftelijk bevestigd onder vermelding van de modaliteiten die met betrekking tot de lening of de termijndeposito gelden. Voor een lening, onderscheidenlijk een termijndeposito gelden de in artikel 6, respectievelijk artikel 7 beschreven algemene voorwaarden.