BWBR0014795
Geldig vanaf 2003-03-15
Artikel 2.2
Regeling vaststelling controleprotocol Remigratiewet en Tijdelijk besluit tegemoetkoming verhuiskosten Antillianen en Arubanen
Met betrekking tot de uitvoering van het Tijdelijk besluit tegemoetkoming verhuiskosten Antillianen en Arubanenstelt de interne accountant vast dat:
de verhuizende persoon, de partner en het kind voldoen aan hetgeen in artikel 1, onder d, e en f daartoe is bepaald;
de voorzieningen per persoon en voor de bagage overeenkomt met hetgeen in artikel 4 is bepaald;
de vergoeding per verhuizende persoon, en voor zo ver van toepassing, zijn partner en kinderen niet meer is dan € 5.900,-;
de verhuizende persoon: twee jaar voorafgaande aan de aanvraag onafgebroken hoofdverblijf in Nederland heeft gehad;
aan kan tonen dat hij een baan heeft op een van de eilanden van de Nederlandse Antillen of Aruba;
en zijn partner alle schulden aan Nederland hebben voldaan dan wel een afbetalingsregeling hebben getroffen;
en zijn partner geen beschikking hebben over een rendementsgrondslag als bedoeld in artikel 5.3 van de Wet Inkomstenbelasting 2001, op 1 januari van het jaar waarin de voorzieningen worden toegekend of, indien over dat jaar nog geen aanslag is opgelegd, op 1 januari van het daaraan voorafgaande jaar, van meer dan € 91.000,-;
niet eerder, noch als verhuizende persoon noch als partner, de voorzieningen heeft genoten;
indien zijn partner en hun kinderen niet over de Nederlandse nationaliteit beschikken, een schriftelijk bewijs van de Antilliaanse, respectievelijk Arubaanse overheid heeft overgelegd dat zijn partner en hun kinderen zullen worden toegelaten;
twee jaar voorafgaande aan de aanvraag onafgebroken hoofdverblijf in Nederland heeft gehad;
aan kan tonen dat hij een baan heeft op een van de eilanden van de Nederlandse Antillen of Aruba;
en zijn partner alle schulden aan Nederland hebben voldaan dan wel een afbetalingsregeling hebben getroffen;
en zijn partner geen beschikking hebben over een rendementsgrondslag als bedoeld in artikel 5.3 van de Wet Inkomstenbelasting 2001, op 1 januari van het jaar waarin de voorzieningen worden toegekend of, indien over dat jaar nog geen aanslag is opgelegd, op 1 januari van het daaraan voorafgaande jaar, van meer dan € 91.000,-;
niet eerder, noch als verhuizende persoon noch als partner, de voorzieningen heeft genoten;
indien zijn partner en hun kinderen niet over de Nederlandse nationaliteit beschikken, een schriftelijk bewijs van de Antilliaanse, respectievelijk Arubaanse overheid heeft overgelegd dat zijn partner en hun kinderen zullen worden toegelaten;
de toekenning gebaseerd is op de vereiste bewijsstukken;
de voorzieningen ook voor het overige zijn uitbetaald in overeenstemming met het Tijdelijk besluit tegemoetkoming verhuiskosten Antillianen en Arubanen.
Inzake de terugvordering van de voorzieningen dan wel de wijziging of intrekking van een besluit tot toekenning van de voorzieningen stelt de interne accountant vast dat:
voorzieningen worden teruggevorderd indien uit de gemeentelijke basisadministratie blijkt dat de verhuizende persoon, zijn partner of een van hun kinderen zich binnen twee jaar na verhuizing wederom in Nederland hebben gevestigd;
besluiten tot toekenning worden gewijzigd of ingetrokken indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichtingen op grond van artikel 9 heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van voorzieningen of indien anderszins voorzieningen tot een te hoog bedrag zijn vastgesteld;
de verdere bepalingen ten aanzien van het terugvorderen van onverschuldigde betalingen dan wel het afzien daarvan zoals opgenomen in artikel 12, zijn nagekomen.
de verhuizende persoon, de partner en het kind voldoen aan hetgeen in artikel 1, onder d, e en f daartoe is bepaald;
de voorzieningen per persoon en voor de bagage overeenkomt met hetgeen in artikel 4 is bepaald;
de vergoeding per verhuizende persoon, en voor zo ver van toepassing, zijn partner en kinderen niet meer is dan € 5.900,-;
de verhuizende persoon: twee jaar voorafgaande aan de aanvraag onafgebroken hoofdverblijf in Nederland heeft gehad;
aan kan tonen dat hij een baan heeft op een van de eilanden van de Nederlandse Antillen of Aruba;
en zijn partner alle schulden aan Nederland hebben voldaan dan wel een afbetalingsregeling hebben getroffen;
en zijn partner geen beschikking hebben over een rendementsgrondslag als bedoeld in artikel 5.3 van de Wet Inkomstenbelasting 2001, op 1 januari van het jaar waarin de voorzieningen worden toegekend of, indien over dat jaar nog geen aanslag is opgelegd, op 1 januari van het daaraan voorafgaande jaar, van meer dan € 91.000,-;
niet eerder, noch als verhuizende persoon noch als partner, de voorzieningen heeft genoten;
indien zijn partner en hun kinderen niet over de Nederlandse nationaliteit beschikken, een schriftelijk bewijs van de Antilliaanse, respectievelijk Arubaanse overheid heeft overgelegd dat zijn partner en hun kinderen zullen worden toegelaten;
twee jaar voorafgaande aan de aanvraag onafgebroken hoofdverblijf in Nederland heeft gehad;
aan kan tonen dat hij een baan heeft op een van de eilanden van de Nederlandse Antillen of Aruba;
en zijn partner alle schulden aan Nederland hebben voldaan dan wel een afbetalingsregeling hebben getroffen;
en zijn partner geen beschikking hebben over een rendementsgrondslag als bedoeld in artikel 5.3 van de Wet Inkomstenbelasting 2001, op 1 januari van het jaar waarin de voorzieningen worden toegekend of, indien over dat jaar nog geen aanslag is opgelegd, op 1 januari van het daaraan voorafgaande jaar, van meer dan € 91.000,-;
niet eerder, noch als verhuizende persoon noch als partner, de voorzieningen heeft genoten;
indien zijn partner en hun kinderen niet over de Nederlandse nationaliteit beschikken, een schriftelijk bewijs van de Antilliaanse, respectievelijk Arubaanse overheid heeft overgelegd dat zijn partner en hun kinderen zullen worden toegelaten;
de toekenning gebaseerd is op de vereiste bewijsstukken;
de voorzieningen ook voor het overige zijn uitbetaald in overeenstemming met het Tijdelijk besluit tegemoetkoming verhuiskosten Antillianen en Arubanen.
Inzake de terugvordering van de voorzieningen dan wel de wijziging of intrekking van een besluit tot toekenning van de voorzieningen stelt de interne accountant vast dat:
voorzieningen worden teruggevorderd indien uit de gemeentelijke basisadministratie blijkt dat de verhuizende persoon, zijn partner of een van hun kinderen zich binnen twee jaar na verhuizing wederom in Nederland hebben gevestigd;
besluiten tot toekenning worden gewijzigd of ingetrokken indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichtingen op grond van artikel 9 heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van voorzieningen of indien anderszins voorzieningen tot een te hoog bedrag zijn vastgesteld;
de verdere bepalingen ten aanzien van het terugvorderen van onverschuldigde betalingen dan wel het afzien daarvan zoals opgenomen in artikel 12, zijn nagekomen.