BWBR0014564
Geldig vanaf 2006-12-12
Artikel 11a
Regeling uitvoering beveiliging burgerluchtvaart
1. Van de verplichting tot controle, bedoeld in artikel 37k, eerste lid, onder b, van de wet, is vrijgesteld vracht aangeboden door een niet-geregistreerde als bedoeld in artikel 37l, tweede lid, onder b, van de wet, indien:
a. de vracht is verzegeld en de verzegeling uniek herleidbaar is tot de luchtvaartmaatschappij, erkend luchtvrachtagent, bekende afzender of de vaste afzender, of
b. de vracht wordt vervoerd door een vaste vervoerder, die als zodanig is aangemerkt door zijn opdrachtgever en aan hem schriftelijk heeft verklaard dat: i. hij de vracht beschermt tegen manipulatie door onbevoegden, door de vracht te verplaatsen in een afsluitbare ruimte, tenzij de vrachtzendingen elk afzonderlijk op een zodanige wijze zijn verpakt dat zonder verbreking geen gevaarlijke voorwerpen kunnen worden toegevoegd;
ii. het voertuig waarin de vracht wordt vervoerd niet onbeheerd wordt achtergelaten. Aan deze voorwaarde wordt geacht te zijn voldaan indien onbeheerd achterlaten van het voertuig onvermijdelijk is en de bestuurder bij terugkomst de verpakking van de vrachtzending en de integriteit van de sloten of verzegeling van het voertuig heeft gecontroleerd;
iii. er geen ongeplande onderbrekingen zijn tussen het ophalen en de aflevering van de vracht, tenzij dit onvermijdelijk is;
iv. bij de afhandeling van luchtvracht gebruik wordt gemaakt van betrouwbaar personeel. Van betrouwbaar personeel is in ieder geval sprake indien: – de medewerkers die in aanraking komen met vracht beschikken over een verklaring omtrent het gedrag;
– uit informatie ingewonnen bij de voormalige werkgever, indien van toepassing, blijkt dat deze medewerkers van onbesproken gedrag zijn. Met deze eisen inzake de betrouwbaarheid worden gelijkgesteld eisen inzake de betrouwbaarheid die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een niveau van betrouwbaarheid waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.
– de medewerkers die in aanraking komen met vracht beschikken over een verklaring omtrent het gedrag;
– uit informatie ingewonnen bij de voormalige werkgever, indien van toepassing, blijkt dat deze medewerkers van onbesproken gedrag zijn.
v. personeel dat in aanraking komt met luchtvracht bekend is met de beveiligingsmaatregelen in overeenstemming met de verklaring als bedoeld in dit lid en de achtergrond daarvan;
vi. onregelmatigheden direct worden gemeld aan de opdrachtgever en de ontvanger van de zending;
vii. in zijn bedrijf ten minste één persoon is aangewezen die verantwoordelijk is voor de invoering en toepassing van alsmede het toezicht op de vereiste beveiligingsmaatregelen in overeenstemming met de verklaring als bedoeld in dit lid;
viii. onderuitbesteding van het vervoer slechts plaatsvindt aan een door de opdrachtgever goedgekeurde vaste vervoerder;
ix. hij zich bereid verklaart de Koninklijke marechaussee in het kader van de uitvoering van het toezicht als bedoeld in artikel 37t van de wet toegang te verlenen tot het bedrijf en diens vervoermiddelen.
i. hij de vracht beschermt tegen manipulatie door onbevoegden, door de vracht te verplaatsen in een afsluitbare ruimte, tenzij de vrachtzendingen elk afzonderlijk op een zodanige wijze zijn verpakt dat zonder verbreking geen gevaarlijke voorwerpen kunnen worden toegevoegd;
ii. het voertuig waarin de vracht wordt vervoerd niet onbeheerd wordt achtergelaten. Aan deze voorwaarde wordt geacht te zijn voldaan indien onbeheerd achterlaten van het voertuig onvermijdelijk is en de bestuurder bij terugkomst de verpakking van de vrachtzending en de integriteit van de sloten of verzegeling van het voertuig heeft gecontroleerd;
iii. er geen ongeplande onderbrekingen zijn tussen het ophalen en de aflevering van de vracht, tenzij dit onvermijdelijk is;
iv. bij de afhandeling van luchtvracht gebruik wordt gemaakt van betrouwbaar personeel. Van betrouwbaar personeel is in ieder geval sprake indien: – de medewerkers die in aanraking komen met vracht beschikken over een verklaring omtrent het gedrag;
– uit informatie ingewonnen bij de voormalige werkgever, indien van toepassing, blijkt dat deze medewerkers van onbesproken gedrag zijn. Met deze eisen inzake de betrouwbaarheid worden gelijkgesteld eisen inzake de betrouwbaarheid die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een niveau van betrouwbaarheid waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.
– de medewerkers die in aanraking komen met vracht beschikken over een verklaring omtrent het gedrag;
– uit informatie ingewonnen bij de voormalige werkgever, indien van toepassing, blijkt dat deze medewerkers van onbesproken gedrag zijn.
v. personeel dat in aanraking komt met luchtvracht bekend is met de beveiligingsmaatregelen in overeenstemming met de verklaring als bedoeld in dit lid en de achtergrond daarvan;
vi. onregelmatigheden direct worden gemeld aan de opdrachtgever en de ontvanger van de zending;
vii. in zijn bedrijf ten minste één persoon is aangewezen die verantwoordelijk is voor de invoering en toepassing van alsmede het toezicht op de vereiste beveiligingsmaatregelen in overeenstemming met de verklaring als bedoeld in dit lid;
viii. onderuitbesteding van het vervoer slechts plaatsvindt aan een door de opdrachtgever goedgekeurde vaste vervoerder;
ix. hij zich bereid verklaart de Koninklijke marechaussee in het kader van de uitvoering van het toezicht als bedoeld in artikel 37t van de wet toegang te verlenen tot het bedrijf en diens vervoermiddelen.
2. De status van vaste vervoerder wordt ingetrokken indien de opdrachtgever er niet langer van overtuigd is dat de vaste vervoerder in staat is aan de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, te voldoen of indien er langer dan twee jaren geen activiteiten worden verricht.
3. Zolang de vaste vervoerder activiteiten verricht wordt de verklaring als bedoeld in het eerste lid bewaard door de opdrachtgever.
a. de vracht is verzegeld en de verzegeling uniek herleidbaar is tot de luchtvaartmaatschappij, erkend luchtvrachtagent, bekende afzender of de vaste afzender, of
b. de vracht wordt vervoerd door een vaste vervoerder, die als zodanig is aangemerkt door zijn opdrachtgever en aan hem schriftelijk heeft verklaard dat: i. hij de vracht beschermt tegen manipulatie door onbevoegden, door de vracht te verplaatsen in een afsluitbare ruimte, tenzij de vrachtzendingen elk afzonderlijk op een zodanige wijze zijn verpakt dat zonder verbreking geen gevaarlijke voorwerpen kunnen worden toegevoegd;
ii. het voertuig waarin de vracht wordt vervoerd niet onbeheerd wordt achtergelaten. Aan deze voorwaarde wordt geacht te zijn voldaan indien onbeheerd achterlaten van het voertuig onvermijdelijk is en de bestuurder bij terugkomst de verpakking van de vrachtzending en de integriteit van de sloten of verzegeling van het voertuig heeft gecontroleerd;
iii. er geen ongeplande onderbrekingen zijn tussen het ophalen en de aflevering van de vracht, tenzij dit onvermijdelijk is;
iv. bij de afhandeling van luchtvracht gebruik wordt gemaakt van betrouwbaar personeel. Van betrouwbaar personeel is in ieder geval sprake indien: – de medewerkers die in aanraking komen met vracht beschikken over een verklaring omtrent het gedrag;
– uit informatie ingewonnen bij de voormalige werkgever, indien van toepassing, blijkt dat deze medewerkers van onbesproken gedrag zijn. Met deze eisen inzake de betrouwbaarheid worden gelijkgesteld eisen inzake de betrouwbaarheid die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een niveau van betrouwbaarheid waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.
– de medewerkers die in aanraking komen met vracht beschikken over een verklaring omtrent het gedrag;
– uit informatie ingewonnen bij de voormalige werkgever, indien van toepassing, blijkt dat deze medewerkers van onbesproken gedrag zijn.
v. personeel dat in aanraking komt met luchtvracht bekend is met de beveiligingsmaatregelen in overeenstemming met de verklaring als bedoeld in dit lid en de achtergrond daarvan;
vi. onregelmatigheden direct worden gemeld aan de opdrachtgever en de ontvanger van de zending;
vii. in zijn bedrijf ten minste één persoon is aangewezen die verantwoordelijk is voor de invoering en toepassing van alsmede het toezicht op de vereiste beveiligingsmaatregelen in overeenstemming met de verklaring als bedoeld in dit lid;
viii. onderuitbesteding van het vervoer slechts plaatsvindt aan een door de opdrachtgever goedgekeurde vaste vervoerder;
ix. hij zich bereid verklaart de Koninklijke marechaussee in het kader van de uitvoering van het toezicht als bedoeld in artikel 37t van de wet toegang te verlenen tot het bedrijf en diens vervoermiddelen.
i. hij de vracht beschermt tegen manipulatie door onbevoegden, door de vracht te verplaatsen in een afsluitbare ruimte, tenzij de vrachtzendingen elk afzonderlijk op een zodanige wijze zijn verpakt dat zonder verbreking geen gevaarlijke voorwerpen kunnen worden toegevoegd;
ii. het voertuig waarin de vracht wordt vervoerd niet onbeheerd wordt achtergelaten. Aan deze voorwaarde wordt geacht te zijn voldaan indien onbeheerd achterlaten van het voertuig onvermijdelijk is en de bestuurder bij terugkomst de verpakking van de vrachtzending en de integriteit van de sloten of verzegeling van het voertuig heeft gecontroleerd;
iii. er geen ongeplande onderbrekingen zijn tussen het ophalen en de aflevering van de vracht, tenzij dit onvermijdelijk is;
iv. bij de afhandeling van luchtvracht gebruik wordt gemaakt van betrouwbaar personeel. Van betrouwbaar personeel is in ieder geval sprake indien: – de medewerkers die in aanraking komen met vracht beschikken over een verklaring omtrent het gedrag;
– uit informatie ingewonnen bij de voormalige werkgever, indien van toepassing, blijkt dat deze medewerkers van onbesproken gedrag zijn. Met deze eisen inzake de betrouwbaarheid worden gelijkgesteld eisen inzake de betrouwbaarheid die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een niveau van betrouwbaarheid waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.
– de medewerkers die in aanraking komen met vracht beschikken over een verklaring omtrent het gedrag;
– uit informatie ingewonnen bij de voormalige werkgever, indien van toepassing, blijkt dat deze medewerkers van onbesproken gedrag zijn.
v. personeel dat in aanraking komt met luchtvracht bekend is met de beveiligingsmaatregelen in overeenstemming met de verklaring als bedoeld in dit lid en de achtergrond daarvan;
vi. onregelmatigheden direct worden gemeld aan de opdrachtgever en de ontvanger van de zending;
vii. in zijn bedrijf ten minste één persoon is aangewezen die verantwoordelijk is voor de invoering en toepassing van alsmede het toezicht op de vereiste beveiligingsmaatregelen in overeenstemming met de verklaring als bedoeld in dit lid;
viii. onderuitbesteding van het vervoer slechts plaatsvindt aan een door de opdrachtgever goedgekeurde vaste vervoerder;
ix. hij zich bereid verklaart de Koninklijke marechaussee in het kader van de uitvoering van het toezicht als bedoeld in artikel 37t van de wet toegang te verlenen tot het bedrijf en diens vervoermiddelen.
2. De status van vaste vervoerder wordt ingetrokken indien de opdrachtgever er niet langer van overtuigd is dat de vaste vervoerder in staat is aan de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, te voldoen of indien er langer dan twee jaren geen activiteiten worden verricht.
3. Zolang de vaste vervoerder activiteiten verricht wordt de verklaring als bedoeld in het eerste lid bewaard door de opdrachtgever.