BWBR0014562
Geldig vanaf 2003-03-08
Artikel 4
Instellingsregeling Interdepartementale Commissie voor Veiligheid
1. ledere minister uit de Raad voor de Veiligheid wijst voor de Interdepartementale Commissie voor Veiligheid een lid en een plaatsvervangend lid aan. Een minister zonder portefeuille kan een lid en een plaatsvervangend lid aanwijzen.
2. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie benoemen ieder een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
3. Het secretariaat van de commissie berust bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Justitie gezamenlijk.
4. De commissie kan haar werkwijze en die van het secretariaat regelen.
2. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie benoemen ieder een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
3. Het secretariaat van de commissie berust bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Justitie gezamenlijk.
4. De commissie kan haar werkwijze en die van het secretariaat regelen.