De commissie verzorgt ambtelijke afstemming voor en advisering aan de Raad voor de Veiligheid voor zover het betreft de voorbereiding van de politieke besluitvorming in die raad over beleid en uitvoering op de terreinen van:
a. integraal veiligheidsbeleid (nationaal en internationaal, i.e. rampenbeheersing, terrorismebestrijding en brandweer);
b. rechtshandhaving (politie (inclusief beheer), bijzondere opsporingsdiensten, strafrechtelijke keten); c. preventie.
1. ledere minister uit de Raad voor de Veiligheid wijst voor de Interdepartementale Commissie voor Veiligheid een lid en een plaatsvervangend lid aan. Een minister zonder portefeuille kan een lid en een plaatsvervangend lid aanwijzen.
2. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie benoemen ieder een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
3. Het secretariaat van de commissie berust bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Justitie gezamenlijk.
4. De commissie kan haar werkwijze en die van het secretariaat regelen.
De commissie evalueert haar functioneren voor 1 januari 2005. Zij brengt het verslag van de evaluatie ter kennis van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie.