BWBR0014527
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel 3
Regeling goedgekeurde ionisatie-rookmelders 2003
1. Een ieder die een goedgekeurde melder binnen Nederlands grondgebied brengt of doet brengen, zorgt ervoor dat aan de navolgende voorschriften wordt voldaan:
a. elke goedgekeurde melder is aan de buitenzijde voorzien van een aanduiding van het type, vermeld in artikel 4;
b. in de melder is een aanduiding aangebracht, waaruit de aanwezigheid van een radioactieve stof duidelijk blijkt;
c. de melder is aan de buitenzijde voorzien van de in de bijlage opgenomen aanduiding, zichtbaar ook na montage, waaruit de aanwezigheid van een radioactieve stof duidelijk blijkt.
2. Een ieder die binnen Nederland een goedgekeurde melder aan gebruikers aflevert of doet afleveren, zorgt ervoor dat bij elke leverantie aan een gebruiker aan de navolgende voorschriften wordt voldaan:
a. de melder is aan de buitenzijde voorzien van de in de bijlage opgenomen aanduiding, zichtbaar ook na montage, waaruit de aanwezigheid van een radioactieve stof duidelijk blijkt;
b. schriftelijke informatie is bijgevoegd, waarin melding wordt gedaan van de aanwezigheid van een radioactieve stof in de melder en waarin de handelingen met de melder worden aangegeven die tot besmetting kunnen leiden en derhalve worden ontraden.
a. elke goedgekeurde melder is aan de buitenzijde voorzien van een aanduiding van het type, vermeld in artikel 4;
b. in de melder is een aanduiding aangebracht, waaruit de aanwezigheid van een radioactieve stof duidelijk blijkt;
c. de melder is aan de buitenzijde voorzien van de in de bijlage opgenomen aanduiding, zichtbaar ook na montage, waaruit de aanwezigheid van een radioactieve stof duidelijk blijkt.
2. Een ieder die binnen Nederland een goedgekeurde melder aan gebruikers aflevert of doet afleveren, zorgt ervoor dat bij elke leverantie aan een gebruiker aan de navolgende voorschriften wordt voldaan:
a. de melder is aan de buitenzijde voorzien van de in de bijlage opgenomen aanduiding, zichtbaar ook na montage, waaruit de aanwezigheid van een radioactieve stof duidelijk blijkt;
b. schriftelijke informatie is bijgevoegd, waarin melding wordt gedaan van de aanwezigheid van een radioactieve stof in de melder en waarin de handelingen met de melder worden aangegeven die tot besmetting kunnen leiden en derhalve worden ontraden.