BWBR0014483
Geldig vanaf 2017-02-23
Artikel 14
Besluit fiscale eenheid 2003
1. Indien aandelen in een dochtermaatschappij worden vervreemd en in samenhang daarmee de fiscale eenheid ten aanzien van die dochtermaatschappij op dat tijdstip eindigt, wordt die vervreemding geacht plaats te vinden na de ontvoeging van die dochtermaatschappij.
2. Indien een maatschappij als aangeduid in het vierde lid is betrokken bij een bedrijfsfusie, fusie of splitsing en in samenhang daarmee de fiscale eenheid ten aanzien van die maatschappij eindigt op hetzelfde tijdstip als waarop de overdracht of overgang van de vermogensbestanddelen plaatsvindt, wordt die overdracht of overgang geacht plaats te vinden na de ontvoeging van die maatschappij.
3. Indien een maatschappij als aangeduid in het vierde lid is betrokken bij een fusie of splitsing en in samenhang daarmee de fiscale eenheid ten aanzien van die maatschappij eindigt, wordt op verzoek het ontvoegingstijdstip gesteld op de aanvang van het boekjaar waarin de fusie of splitsing plaatsvindt, mits:
a. de verantwoording van de financiële gegevens van de verdwijnende, onderscheidenlijk splitsende, rechtspersoon in de jaarrekening van de verkrijgende rechtspersoon of verkrijgende rechtspersonen, opgesteld volgens de bepalingen van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel een daarmee vergelijkbare buitenlandse wettelijke regeling, eveneens vanaf dat tijdstip plaatsvindt;
b. de datum waarop de fusie of splitsing van kracht wordt volgens het recht dat de fusie, onderscheidenlijk splitsing, beheerst binnen twaalf maanden na de aanvang van dat boekjaar ligt; en
c. met het verschuiven van het ontvoegingstijdstip geen incidenteel fiscaal voordeel wordt beoogd of behaald.
4. Het tweede en derde lid zijn van toepassing indien:
a. de maatschappij als overdrager of overnemer is betrokken bij een bedrijfsfusie als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet;
b. de maatschappij als splitsende rechtspersoon is betrokken bij een splitsing als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, van de wet;
c. de maatschappij als verdwijnende of verkrijgende rechtspersoon is betrokken bij een fusie als bedoeld in artikel 14b, eerste lid, van de wet.
2. Indien een maatschappij als aangeduid in het vierde lid is betrokken bij een bedrijfsfusie, fusie of splitsing en in samenhang daarmee de fiscale eenheid ten aanzien van die maatschappij eindigt op hetzelfde tijdstip als waarop de overdracht of overgang van de vermogensbestanddelen plaatsvindt, wordt die overdracht of overgang geacht plaats te vinden na de ontvoeging van die maatschappij.
3. Indien een maatschappij als aangeduid in het vierde lid is betrokken bij een fusie of splitsing en in samenhang daarmee de fiscale eenheid ten aanzien van die maatschappij eindigt, wordt op verzoek het ontvoegingstijdstip gesteld op de aanvang van het boekjaar waarin de fusie of splitsing plaatsvindt, mits:
a. de verantwoording van de financiële gegevens van de verdwijnende, onderscheidenlijk splitsende, rechtspersoon in de jaarrekening van de verkrijgende rechtspersoon of verkrijgende rechtspersonen, opgesteld volgens de bepalingen van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel een daarmee vergelijkbare buitenlandse wettelijke regeling, eveneens vanaf dat tijdstip plaatsvindt;
b. de datum waarop de fusie of splitsing van kracht wordt volgens het recht dat de fusie, onderscheidenlijk splitsing, beheerst binnen twaalf maanden na de aanvang van dat boekjaar ligt; en
c. met het verschuiven van het ontvoegingstijdstip geen incidenteel fiscaal voordeel wordt beoogd of behaald.
4. Het tweede en derde lid zijn van toepassing indien:
a. de maatschappij als overdrager of overnemer is betrokken bij een bedrijfsfusie als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet;
b. de maatschappij als splitsende rechtspersoon is betrokken bij een splitsing als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, van de wet;
c. de maatschappij als verdwijnende of verkrijgende rechtspersoon is betrokken bij een fusie als bedoeld in artikel 14b, eerste lid, van de wet.