BWBR0014441
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel VI
Wijzigingswet Wet op de vennootschapsbelasting 1969 c.a. (herziening regime fiscale eenheid)
1. Indien ten aanzien van een lichaam artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969vanaf enig tijdstip geen toepassing meer vindt als gevolg van de in artikel I, onderdeel A, opgenomen wijziging van artikel 2, vierde lid, van die wet, worden de vermogensbestanddelen van dat lichaam op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip geacht te zijn vervreemd tegen de waarde in het economische verkeer.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in de situatie waarin een lichaam voor het tijdstip waarop deze wet op hem van toepassing wordt enkel op de voet van artikel 2, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969in Nederland is gevestigd, deel uitmaakt van een fiscale eenheid en zich tussen 1 juni 2001 en het tijdstip waarop deze wet op hem van toepassing wordt een omstandigheid voordoet waardoor de fiscale eenheid wordt verbroken.
3. Dit artikel blijft buiten toepassing indien de werkelijke leiding van het lichaam dat enkel op de voet van artikel 2, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969in Nederland was gevestigd binnen een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet naar Nederland wordt verplaatst. De fiscale eenheid wordt dan geacht niet te zijn verbroken.
4. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op vermogensbestanddelen die tot een in Nederland aanwezige vaste inrichting van de belastingplichtige behoren en op in Nederland gelegen onroerende zaken.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in de situatie waarin een lichaam voor het tijdstip waarop deze wet op hem van toepassing wordt enkel op de voet van artikel 2, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969in Nederland is gevestigd, deel uitmaakt van een fiscale eenheid en zich tussen 1 juni 2001 en het tijdstip waarop deze wet op hem van toepassing wordt een omstandigheid voordoet waardoor de fiscale eenheid wordt verbroken.
3. Dit artikel blijft buiten toepassing indien de werkelijke leiding van het lichaam dat enkel op de voet van artikel 2, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969in Nederland was gevestigd binnen een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet naar Nederland wordt verplaatst. De fiscale eenheid wordt dan geacht niet te zijn verbroken.
4. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op vermogensbestanddelen die tot een in Nederland aanwezige vaste inrichting van de belastingplichtige behoren en op in Nederland gelegen onroerende zaken.