BWBR0014396
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel 7
Regeling materialen en chemicaliën leidingwatervoorziening
1. Voor de stoffen waaruit materialen of chemicaliën zijn samengesteld, dan wel die zijn gebruikt in het productieproces ervan, gelden de volgende eisen:
a. de stoffen dragen tot maximaal 10% van de parameterwaarden, opgenomen in tabel II van bijlage A, behorend bij het besluit, bij aan de concentratie van die stoffen in leidingwater of het te behandelen water, met uitzondering van acrylamide, vinylchloride en epichloorhydrine, en
b. indien de waarde voor de smaakdrempel van een stof als bedoeld onder a lager is dan de waarde vastgesteld volgens het tweede of derde lid, geldt voor de migratielimiet de waarde voor de smaakdrempel, bedoeld in onderdeel A van bijlage 2.
2. Voor stoffen als bedoeld in het eerste lid met een drempeldosis wordt uit de gegevens, genoemd in bijlage 4, een NOAEL-onzekerheidsfactorbenadering toegepast, waarmee de TDI en de migratielimiet worden vastgesteld op de wijze, bedoeld in onderdeel A van bijlage 3. Voor deze stoffen geldt tevens de eis, naast de in het eerste lid bedoelde eisen, dat de bijdrage die leidingwater levert aan de inname van deze stoffen niet meer bedraagt dan 10% van de TDI, bij een consumptie van twee liter leidingwater per dag.
3. Voor stoffen zonder drempeldosis geldt, naast de in het eerste lid bedoelde eisen, tevens de eis dat, indien het gebruik van die stoffen niet vermeden kan worden, de migratie uit het product onder redelijkerwijs te verwachten gebruiksomstandigheden kleiner is dan 0,1 µg/l.
a. de stoffen dragen tot maximaal 10% van de parameterwaarden, opgenomen in tabel II van bijlage A, behorend bij het besluit, bij aan de concentratie van die stoffen in leidingwater of het te behandelen water, met uitzondering van acrylamide, vinylchloride en epichloorhydrine, en
b. indien de waarde voor de smaakdrempel van een stof als bedoeld onder a lager is dan de waarde vastgesteld volgens het tweede of derde lid, geldt voor de migratielimiet de waarde voor de smaakdrempel, bedoeld in onderdeel A van bijlage 2.
2. Voor stoffen als bedoeld in het eerste lid met een drempeldosis wordt uit de gegevens, genoemd in bijlage 4, een NOAEL-onzekerheidsfactorbenadering toegepast, waarmee de TDI en de migratielimiet worden vastgesteld op de wijze, bedoeld in onderdeel A van bijlage 3. Voor deze stoffen geldt tevens de eis, naast de in het eerste lid bedoelde eisen, dat de bijdrage die leidingwater levert aan de inname van deze stoffen niet meer bedraagt dan 10% van de TDI, bij een consumptie van twee liter leidingwater per dag.
3. Voor stoffen zonder drempeldosis geldt, naast de in het eerste lid bedoelde eisen, tevens de eis dat, indien het gebruik van die stoffen niet vermeden kan worden, de migratie uit het product onder redelijkerwijs te verwachten gebruiksomstandigheden kleiner is dan 0,1 µg/l.