BWBR0014396
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel 4
Regeling materialen en chemicaliën leidingwatervoorziening
1. De commissie is belast met het adviseren van de Minister omtrent:
a. met het oog op de bescherming van de gezondheid te stellen eisen aan bij de leidingwatervoorziening te gebruiken materialen en chemicaliën,
b. het onderzoek en de beoordeling van materialen en chemicaliën overeenkomstig hoofdstuk 3,
c. de afgifte van erkende kwaliteitsverklaringen overeenkomstig hoofdstuk 4,
d. de gevallen, bedoeld in de artikelen 10 en 18, derde lid.
2. Voorts is de commissie belast met:
a. het overeenkomstig de richtlijnen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderzoeken en beoordelen van mogelijke nadelige gevolgen voor de gezondheid van materialen of chemicaliën voorzover daarvoor geen onderzoeksmethode en beoordelingsmethode zijn opgenomen in de bijlagen dan wel van toepassing zijn op grond van artikel 19, derde lid;
b. het overeenkomstig de bedoelde richtlijnen beoordelen van de mate waarin een kwaliteitsverklaring op grond van artikel 16 als gelijkwaardig aan een erkende kwaliteitsverklaring kan worden beschouwd;
c. het beheer van positieve lijsten.
3. Bij de uitvoering van de in het eerste en tweede lid genoemde taken kan de commissie zich laten bijstaan door een subcommissie. De benoeming en het ontslag van de leden van een subcommissie worden geregeld in het reglement, bedoeld in artikel 5, eerste lid.
a. met het oog op de bescherming van de gezondheid te stellen eisen aan bij de leidingwatervoorziening te gebruiken materialen en chemicaliën,
b. het onderzoek en de beoordeling van materialen en chemicaliën overeenkomstig hoofdstuk 3,
c. de afgifte van erkende kwaliteitsverklaringen overeenkomstig hoofdstuk 4,
d. de gevallen, bedoeld in de artikelen 10 en 18, derde lid.
2. Voorts is de commissie belast met:
a. het overeenkomstig de richtlijnen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderzoeken en beoordelen van mogelijke nadelige gevolgen voor de gezondheid van materialen of chemicaliën voorzover daarvoor geen onderzoeksmethode en beoordelingsmethode zijn opgenomen in de bijlagen dan wel van toepassing zijn op grond van artikel 19, derde lid;
b. het overeenkomstig de bedoelde richtlijnen beoordelen van de mate waarin een kwaliteitsverklaring op grond van artikel 16 als gelijkwaardig aan een erkende kwaliteitsverklaring kan worden beschouwd;
c. het beheer van positieve lijsten.
3. Bij de uitvoering van de in het eerste en tweede lid genoemde taken kan de commissie zich laten bijstaan door een subcommissie. De benoeming en het ontslag van de leden van een subcommissie worden geregeld in het reglement, bedoeld in artikel 5, eerste lid.