BWBR0014346
Geldig vanaf 01-01-2005
Artikel 7
Regeling voorschotverlening op uitkeringen Zfw en AWBZ
1. Op 1 augustus van het jaar t + 1 vindt een voorlopige afrekening plaats over het verschil tussen de op voorlopige basis nader vastgestelde uitkeringen voor verstrekkingen en vergoedingen en voor beheerskosten ingevolge de Ziekenfondswet en de desbetreffende voorschotten.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de op voorlopige basis nader vastgestelde uitkering voor verstrekkingen en vergoedingen ingevolge de Ziekenfondswet verhoogd of verlaagd met het saldo van de rechtstreeks met de Algemene Kas te verrekenen baten en lasten van verstrekkingen en vergoedingen, zoals dat saldo door het College voor zorgverzekeringen bij gelegenheid van de voorlopige afrekening wordt gehanteerd.
3. De voorlopige afrekening voor de kosten van verstrekkingen en vergoedingen en voor beheerskosten ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten met ziekenfondsen vindt op 1 mei van het jaar t + 1 plaats. Voor ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen vindt deze voorlopige afrekening plaats op 1 juli van het jaar t + 1.
4. Voor de toepassing van het derde lid wordt voor de kosten van verstrekkingen en vergoedingen ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten uitgegaan van het saldo van de kosten van verstrekkingen en vergoedingen die in het formulier 10 voor het jaar t zijn opgenomen, de opbrengsten van verhaal in het kader van de bijzondere ziektekostenverzekering en de opbrengsten van eigen bijdragen in het kader van de bijzondere ziektekostenverzekering, en van de subsidieregelingen, zoals dat saldo door het College voor zorgverzekeringen bij gelegenheid van de voorlopige afrekening wordt gehanteerd. Daarbij wordt rekening gehouden met de overschotten die het uitvoeringsorgaan zoals ingevolge artikel 6 in het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten heeft afgestort.
5. Voor de toepassing van het derde lid voor de beheerskosten ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten herberekent het College voor zorgverzekeringen de budgetten beheerskosten op voorlopige basis in afwachting van een beoordeling van de verzekerdenstanden en andere van belang zijnde gegevens door het College van toezicht op de zorgverzekeringen. De verschillen tussen deze budgetten en de desbetreffende voorschotten worden verrekend.
6. Indien toepassing van de vorige leden in totaal een positief saldo voor het ziekenfonds oplevert, wordt dat saldo bij wijze van voorlopige afrekening op 1 augustus van het jaar t + 1 ineens aan het ziekenfonds betaald behoudens een eventuele verrekening met een vordering op het ziekenfonds. Indien de verschillen met de voorschotten in totaal een negatief saldo voor het ziekenfonds opleveren, wordt dat saldo bij wijze van voorlopige afrekening op 1 augustus van het jaar t + 1ineens door het desbetreffende ziekenfonds aan het College voor zorgverzekeringen terugbetaald behoudens voor zover het College het bedrag heeft verrekend met enig voorschot of enige uitkering aan het ziekenfonds.
7. Indien toepassing van de vorige leden in totaal een positief saldo voor de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan oplevert, wordt dat saldo bij wijze van voorlopige afrekening op 1 juli van het jaar t + 1 ineens aan de ziektekostenverzekeraar onderscheidenlijk het uitvoerend orgaan betaald, behoudens een eventuele verrekening met een vordering op de betreffende ziektekostenverzekeraar onderscheidenlijk het betreffende uitvoerend orgaan. Indien de verschillen met de voorschotten in totaal een negatief saldo voor de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan opleveren, wordt dat saldo bij wijze van voorlopige afrekening op 1 juli van het jaar t + 1 ineens door de ziektekostenverzekeraar onderscheidenlijk het uitvoerend orgaan aan het College voor zorgverzekeringen terugbetaald, behoudens voor zover het college het bedrag heeft verrekend met enig voorschot of enige uitkering aan de desbetreffende ziektekostenverzekeraar onderscheidenlijk het desbetreffende uitvoerend orgaan.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de op voorlopige basis nader vastgestelde uitkering voor verstrekkingen en vergoedingen ingevolge de Ziekenfondswet verhoogd of verlaagd met het saldo van de rechtstreeks met de Algemene Kas te verrekenen baten en lasten van verstrekkingen en vergoedingen, zoals dat saldo door het College voor zorgverzekeringen bij gelegenheid van de voorlopige afrekening wordt gehanteerd.
3. De voorlopige afrekening voor de kosten van verstrekkingen en vergoedingen en voor beheerskosten ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten met ziekenfondsen vindt op 1 mei van het jaar t + 1 plaats. Voor ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen vindt deze voorlopige afrekening plaats op 1 juli van het jaar t + 1.
4. Voor de toepassing van het derde lid wordt voor de kosten van verstrekkingen en vergoedingen ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten uitgegaan van het saldo van de kosten van verstrekkingen en vergoedingen die in het formulier 10 voor het jaar t zijn opgenomen, de opbrengsten van verhaal in het kader van de bijzondere ziektekostenverzekering en de opbrengsten van eigen bijdragen in het kader van de bijzondere ziektekostenverzekering, en van de subsidieregelingen, zoals dat saldo door het College voor zorgverzekeringen bij gelegenheid van de voorlopige afrekening wordt gehanteerd. Daarbij wordt rekening gehouden met de overschotten die het uitvoeringsorgaan zoals ingevolge artikel 6 in het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten heeft afgestort.
5. Voor de toepassing van het derde lid voor de beheerskosten ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten herberekent het College voor zorgverzekeringen de budgetten beheerskosten op voorlopige basis in afwachting van een beoordeling van de verzekerdenstanden en andere van belang zijnde gegevens door het College van toezicht op de zorgverzekeringen. De verschillen tussen deze budgetten en de desbetreffende voorschotten worden verrekend.
6. Indien toepassing van de vorige leden in totaal een positief saldo voor het ziekenfonds oplevert, wordt dat saldo bij wijze van voorlopige afrekening op 1 augustus van het jaar t + 1 ineens aan het ziekenfonds betaald behoudens een eventuele verrekening met een vordering op het ziekenfonds. Indien de verschillen met de voorschotten in totaal een negatief saldo voor het ziekenfonds opleveren, wordt dat saldo bij wijze van voorlopige afrekening op 1 augustus van het jaar t + 1ineens door het desbetreffende ziekenfonds aan het College voor zorgverzekeringen terugbetaald behoudens voor zover het College het bedrag heeft verrekend met enig voorschot of enige uitkering aan het ziekenfonds.
7. Indien toepassing van de vorige leden in totaal een positief saldo voor de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan oplevert, wordt dat saldo bij wijze van voorlopige afrekening op 1 juli van het jaar t + 1 ineens aan de ziektekostenverzekeraar onderscheidenlijk het uitvoerend orgaan betaald, behoudens een eventuele verrekening met een vordering op de betreffende ziektekostenverzekeraar onderscheidenlijk het betreffende uitvoerend orgaan. Indien de verschillen met de voorschotten in totaal een negatief saldo voor de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan opleveren, wordt dat saldo bij wijze van voorlopige afrekening op 1 juli van het jaar t + 1 ineens door de ziektekostenverzekeraar onderscheidenlijk het uitvoerend orgaan aan het College voor zorgverzekeringen terugbetaald, behoudens voor zover het college het bedrag heeft verrekend met enig voorschot of enige uitkering aan de desbetreffende ziektekostenverzekeraar onderscheidenlijk het desbetreffende uitvoerend orgaan.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014346
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl