BWBR0014291
Geldig vanaf 24-11-2002
Artikel 11
Regeling cliëntenparticipatie UWV
1. De door de belangenorganisaties voorgedragen cliënten worden als leden van de afzonderlijke raden door het UWV benoemd voor een periode van 3 jaar. Benoemingen kunnen met eenzelfde periode (van 3 jaar) verlengd worden.
2. De benoemde leden vormen per raad zo veel mogelijk een juiste afspiegeling van het cliëntenbestand UWV en vertegenwoordigen het overgrote deel van de sectoren.
3. Als een van belangenorganisaties een of meer van het aan haar toebedeelde aantal zetels niet kan vervullen dan kan deze organisatie een van de andere belangenorganisaties deze zetel(s) (voor een afgesproken periode) toebedelen. Deze tijdelijke overheveling vindt plaats met inachtneming van het gestelde in het voorgaande lid.
4. Teneinde de continuïteit van de raden te waarborgen c.q. te voorkomen dat een raad na drie jaar in zijn geheel moet aftreden worden voor elk van de cliëntenraden AG 9 leden en voor elk van de cliëntenraden WW 5 leden bij aanvang benoemd voor een periode van 2 jaar.
5. Indien een lid geen cliënt meer is eindigt zijn lidmaatschap van de raad uiterlijk zes maanden na verlies van zijn hoedanigheid van cliënt. De organisatie die het oorspronkelijke lid heeft voorgedragen zal zo spoedig mogelijk een nieuw lid voordragen.
6. De voordragende belangenorganisatie heeft het recht om de door hem voorgedragen en door het UWV benoemde leden tussentijds gemotiveerd te vervangen.
7. De leden zijn verplicht tot het bijwonen van de vergaderingen. Indien een zittend lid op jaarbasis meer dan de helft van het aantal vergaderingen verzuimt, wordt door de belangenorganisatie een nieuw lid voorgedragen. Wanneer een deelnemer om geldige redenen langdurig moet verzuimen kan de voordragende organisatie in overleg met het UWV een plaatsvervangend lid voordragen.
8. De leden van de cliëntenraad kiezen uit hun midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter. Deze laatste fungeert alleen als voorzitter bij afwezigheid van de voorzitter.
2. De benoemde leden vormen per raad zo veel mogelijk een juiste afspiegeling van het cliëntenbestand UWV en vertegenwoordigen het overgrote deel van de sectoren.
3. Als een van belangenorganisaties een of meer van het aan haar toebedeelde aantal zetels niet kan vervullen dan kan deze organisatie een van de andere belangenorganisaties deze zetel(s) (voor een afgesproken periode) toebedelen. Deze tijdelijke overheveling vindt plaats met inachtneming van het gestelde in het voorgaande lid.
4. Teneinde de continuïteit van de raden te waarborgen c.q. te voorkomen dat een raad na drie jaar in zijn geheel moet aftreden worden voor elk van de cliëntenraden AG 9 leden en voor elk van de cliëntenraden WW 5 leden bij aanvang benoemd voor een periode van 2 jaar.
5. Indien een lid geen cliënt meer is eindigt zijn lidmaatschap van de raad uiterlijk zes maanden na verlies van zijn hoedanigheid van cliënt. De organisatie die het oorspronkelijke lid heeft voorgedragen zal zo spoedig mogelijk een nieuw lid voordragen.
6. De voordragende belangenorganisatie heeft het recht om de door hem voorgedragen en door het UWV benoemde leden tussentijds gemotiveerd te vervangen.
7. De leden zijn verplicht tot het bijwonen van de vergaderingen. Indien een zittend lid op jaarbasis meer dan de helft van het aantal vergaderingen verzuimt, wordt door de belangenorganisatie een nieuw lid voorgedragen. Wanneer een deelnemer om geldige redenen langdurig moet verzuimen kan de voordragende organisatie in overleg met het UWV een plaatsvervangend lid voordragen.
8. De leden van de cliëntenraad kiezen uit hun midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter. Deze laatste fungeert alleen als voorzitter bij afwezigheid van de voorzitter.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014291
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl