BWBR0014289
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel 5
Bijdrageregeling zorg AWBZ
1. Voor de ongehuwde verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, wordt, indien het op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van het Bijdragebesluit zorg, na toepassing van de artikelen 2 tot en met 4, berekende bedrag, meer bedraagt dan € 7.646, als extra vrijlating in mindering gebracht 25% van het verschil tussen het berekende bedrag en laatstbedoeld bedrag.
2. Voor de gehuwde verzekerden die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, hebben bereikt, wordt, indien het op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van het Bijdragebesluit zorg, na toepassing van de artikelen 2 tot en met 4, berekende bedrag voor hen tezamen, meer bedraagt dan € 9.233, als extra vrijlating in mindering gebracht 25% van het verschil tussen het berekende bedrag en laatstbedoeld bedrag.
3. Voor de ongehuwde verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt, wordt, indien het op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van het Bijdragebesluit zorg, na toepassing van de artikelen 2 tot en met 4, berekende bedrag, meer bedraagt dan € 6.093, als extra vrijlating in mindering gebracht 25% van het verschil tussen het berekende bedrag en laatstbedoeld bedrag.
4. Voor de gehuwde verzekerden die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet hebben bereikt, wordt, indien het op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van het Bijdragebesluit zorg, na toepassing van de artikelen 2 tot en met 4, berekende bedrag voor hen tezamen, meer bedraagt dan € 13.125, als extra vrijlating in mindering gebracht 25% van het verschil tussen het berekende bedrag en laatstbedoeld bedrag.
5. Het tweede lid is van toepassing indien een van beide gehuwde verzekerden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt.
2. Voor de gehuwde verzekerden die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, hebben bereikt, wordt, indien het op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van het Bijdragebesluit zorg, na toepassing van de artikelen 2 tot en met 4, berekende bedrag voor hen tezamen, meer bedraagt dan € 9.233, als extra vrijlating in mindering gebracht 25% van het verschil tussen het berekende bedrag en laatstbedoeld bedrag.
3. Voor de ongehuwde verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt, wordt, indien het op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van het Bijdragebesluit zorg, na toepassing van de artikelen 2 tot en met 4, berekende bedrag, meer bedraagt dan € 6.093, als extra vrijlating in mindering gebracht 25% van het verschil tussen het berekende bedrag en laatstbedoeld bedrag.
4. Voor de gehuwde verzekerden die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet hebben bereikt, wordt, indien het op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van het Bijdragebesluit zorg, na toepassing van de artikelen 2 tot en met 4, berekende bedrag voor hen tezamen, meer bedraagt dan € 13.125, als extra vrijlating in mindering gebracht 25% van het verschil tussen het berekende bedrag en laatstbedoeld bedrag.
5. Het tweede lid is van toepassing indien een van beide gehuwde verzekerden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt.