BWBR0014198
Geldig vanaf 2002-11-08
Artikel 3
Regeling toekenningen leraren in opleiding en stagiairs 2002-2003
1. Voor een toekenning kan in aanmerking komen het bevoegd gezag dat in het schooljaar 2002-2003 een of meer leraren in opleiding benoemt of aanstelt dan wel een of meer stagiairs gelegenheid biedt tot het verrichten van stageactiviteiten.
2. De toekenning is een subsidie voor het bevoegd gezag van:
a. een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
b. een school/instelling voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school/instelling voor speciaal- en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
c. een afdeling voor zeer moeilijk lerende kinderen van de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel XXXIII van de wet van 2 april 1998 (Stb. 228);
d. een school voor praktijkonderwijs met declaratie-bekostiging als bedoeld in artikel 5 sub d van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging.
3. De toekenning is een aanvullende vergoeding voor het bevoegd gezag van:
a. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 5 en artikel 9 van de Wet op het voortge- zet onderwijs, met uitzondering van de in lid 2, onder sub d genoemde school.
b. Een instelling voor beroepsonderwijs en volwasse- neneducatie als bedoeld in artikel 1.3.1., een insti- tuut als bedoeld in artikel 12.3.8 of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.2.9 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
2. De toekenning is een subsidie voor het bevoegd gezag van:
a. een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
b. een school/instelling voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school/instelling voor speciaal- en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
c. een afdeling voor zeer moeilijk lerende kinderen van de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel XXXIII van de wet van 2 april 1998 (Stb. 228);
d. een school voor praktijkonderwijs met declaratie-bekostiging als bedoeld in artikel 5 sub d van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging.
3. De toekenning is een aanvullende vergoeding voor het bevoegd gezag van:
a. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 5 en artikel 9 van de Wet op het voortge- zet onderwijs, met uitzondering van de in lid 2, onder sub d genoemde school.
b. Een instelling voor beroepsonderwijs en volwasse- neneducatie als bedoeld in artikel 1.3.1., een insti- tuut als bedoeld in artikel 12.3.8 of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.2.9 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.