1. Voor een toekenning kan in aanmerking komen het bevoegd gezag dat in het schooljaar 2002-2003 een of meer leraren in opleiding benoemt of aanstelt dan wel een of meer stagiairs gelegenheid biedt tot het verrichten van stageactiviteiten.
2. De toekenning is een subsidie voor het bevoegd gezag van:
a. een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
b. een school/instelling voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school/instelling voor speciaal- en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
c. een afdeling voor zeer moeilijk lerende kinderen van de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel XXXIII van de wet van 2 april 1998 (Stb. 228);
d. een school voor praktijkonderwijs met declaratie-bekostiging als bedoeld in artikel 5 sub d van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging.
3. De toekenning is een aanvullende vergoeding voor het bevoegd gezag van:
a. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 5 en artikel 9 van de Wet op het voortge- zet onderwijs, met uitzondering van de in lid 2, onder sub d genoemde school.
b. Een instelling voor beroepsonderwijs en volwasse- neneducatie als bedoeld in artikel 1.3.1., een insti- tuut als bedoeld in artikel 12.3.8 of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.2.9 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
De toekenning bedraagt eenmalig € 680,- per leraar in opleiding dan wel € 6,80 per dag voor een stagiair met dien verstande dat per stagiair in het schooljaar 2002 -2003 maximaal recht bestaat op € 680,- t.b.v. de begeleiding van stageactiviteiten ongeacht het aantal scholen of instellingen waar die activiteiten plaatsvinden.
1. Om voor een toekenning als bedoeld in artikel 5in aanmerking te komen dient het bevoegd gezag een aanvraag in die, voor zover van toepassing, omvat:
a. het administratienummer van het bevoegd gezag van de school/instelling;
b. het brinummer;
c. de naam en het adres van de school/instelling;
d. het aantal leraren in opleiding dat in het school- jaar 2002 - 2003 is benoemd of aangesteld dan wel zal worden benoemd of aangesteld;
e. het aantal stagiairs die in het schooljaar 2002-2003 stage-activiteiten hebben verricht of zullen gaan verrichten onder opgave van het aantal dagen;
f. een verklaring van het bevoegd gezag waaruit blijkt dat deze zich ervan vergewist heeft dat: voor betrokkene niet in hetzelfde schooljaar toekenningen zijn gevraag voor begeleiding als leraar in opleiding én als stagiair en
met de aanvraag niet het in artikel 5 bedoelde maximaal beschikbaar bedrag voor begeleiding van een stagiair wordt overschreden;
voor betrokkene niet in hetzelfde schooljaar toekenningen zijn gevraag voor begeleiding als leraar in opleiding én als stagiair en
met de aanvraag niet het in artikel 5 bedoelde maximaal beschikbaar bedrag voor begeleiding van een stagiair wordt overschreden;
g. de contactpersoon onder vermelding van diens functie en het telefoonnummer waaronder deze contactpersoon bereikbaar is.
2. Een aanvraag vindt uitsluitend plaats door middel van een volledig ingevuld en door het bevoegd gezag ondertekend aanvraagformulier met het kenmerk CFI62136. Dit formulier is aan te vragen via plaketiket CFR 84887 bij:
CFI
t.a.v. AZ/GOV
Postbus 606
2700 ML Zoetermeer.
Het aanvraagformulier is ook te downloaden via www.cfi.nl.
Binnen 3 maanden na ontvangst wordt de aanvraag afgehandeld en ontvangt het bevoegd gezag ingeval van een positieve beslissing de toekenning bedoeld in artikel 5.
Toekenningen ten laste van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, worden verstrekt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
1. De toekenning kan worden verstrekt indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. indien het betreft een leraar in opleiding is een leerarbeidsovereenkomst gesloten voor een perio- de van 5 maanden, eindigend vóór de aanvang van de zomervakantie van de school/instelling bij een volledige werkweek dan wel voor een periode die overeenkomt met een volledig dienstverband van vijf maanden eveneens eindigend voor de aanvang van de zomervakantie van de school/instelling;
b. indien het betreft een stagiair is een stageovereen- komst gesloten eindigend voor de aanvang van de zomervakantie van de school/instelling.
2. Het bevoegd gezag van de school/instelling verplicht zich tot een goede begeleiding van de leraar in oplei- ding respectievelijk stagiair op de werkplek.
1. De subsidie aan een bevoegd gezag bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt verstrekt onder de voorwaarde dat het bevoegd gezag in de aanvraag vaststelling rijksvergoeding (AVR) 2002 en/of 2003 aangeeft dat deze subsidie rechtmatig is.
2. De leer-arbeidsovereenkomst(en) en stageovereenkomst(en) waarop de subsidie betrekking heeft, berusten bij de administratie van de school.
1. Het bevoegd gezag bedoeld in artikel 3, derde lid, verantwoordt de aanvullende vergoeding bij de jaarrekening met inachtneming van de voorschriften die voor het desbetreffende jaar ten aanzien van de jaarrekening van toepassing zijn.
2. De definitieve vaststelling van de aanvullende vergoeding gaat samen met de goedkeuring van de jaarrekening.
3. De leer-arbeidsovereenkomst(en) en stageovereenkomst(en) waarop de aanvullende vergoeding betrekking heeft, berusten bij de administratie van de school/instelling.
1. De toekenning kan naar evenredigheid worden teruggevorderd indien het aantal leraren in opleiding dat is benoemd of aangesteld lager is dan het aantal ten behoeve waarvan de toekenning is verstrekt.
2. De toekenning ten behoeve van de stagiair kan naar evenredigheid worden teruggevorderd indien het aantal dagen dat stageactiviteiten zijn verricht lager is dan het aantal ten behoeve waarvan die toekenning is verstrekt.
3. Ook bij voortijdige beëindiging van de leerarbeidsovereenkomst of stageovereenkomst kan de toekenning naar evenredigheid worden teruggevorderd.