BWBR0014194
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 39n
Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens
1. Een beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 39iof 39mgeldt als een beschikking in de zin van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/1:3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>.
2. De belanghebbende kan zich binnen de termijn bepaald voor het beroep op grond van de <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene wet bestuursrecht</a>tot de Autoriteit persoonsgegevens wenden met het verzoek te bemiddelen of te adviseren in zijn geschil met de verwerkingsverantwoordelijke. In dat geval kan in afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/6:7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht</a>het beroep nog worden ingesteld nadat de belanghebbende van de Autoriteit persoonsgegevens bericht heeft ontvangen dat de behandeling van de zaak is beëindigd, doch uiterlijk zes weken na dat tijdstip.
2. De belanghebbende kan zich binnen de termijn bepaald voor het beroep op grond van de <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene wet bestuursrecht</a>tot de Autoriteit persoonsgegevens wenden met het verzoek te bemiddelen of te adviseren in zijn geschil met de verwerkingsverantwoordelijke. In dat geval kan in afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/6:7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht</a>het beroep nog worden ingesteld nadat de belanghebbende van de Autoriteit persoonsgegevens bericht heeft ontvangen dat de behandeling van de zaak is beëindigd, doch uiterlijk zes weken na dat tijdstip.