BWBR0014194
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 37
Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens
1. Onze Minister beslist op de aanvraag met betrekking tot de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag van een natuurlijk persoon binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.
2. Indien Onze Minister voornemens is afwijzend te beslissen op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, beslist hij binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.
3. Indien de verklaring omtrent het gedrag wordt afgegeven, zijn de <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3:8</a>en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:50" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:50 van de Algemene wet bestuursrecht</a>niet van toepassing.
2. Indien Onze Minister voornemens is afwijzend te beslissen op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, beslist hij binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.
3. Indien de verklaring omtrent het gedrag wordt afgegeven, zijn de <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3:8</a>en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:50" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:50 van de Algemene wet bestuursrecht</a>niet van toepassing.