BWBR0014177
Geldig vanaf 2002-11-09
Artikel 12
Regeling beschikbare middelen verstrekkingen en vergoedingen Zfw 2003
1. Ter bepaling van de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp hanteert het College zorgverzekeringen een door hem vast te stellen variabel verpleegtarief voor ieder algemeen, categoraal en academisch ziekenhuis en vermenigvuldigt dit met het bijbehorend aantal verpleegdagen.
2. Het College zorgverzekeringen bepaalt de variabele verpleegtarieven, bedoeld in het eerste lid, op basis van door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te verschaffen gegevens.
3. De kosten van neventarieven en DBC-teltarieven, voor zover gedeclareerd door algemene, categorale en academische ziekenhuizen en Zelfstandige behandelcentra (ZBC's) en met uitzondering van de bovenregionale toeslagen van academische ziekenhuizen, alsmede alle kosten van overige instellingen op het gebied van de curatieve zorg, merkt het College zorgverzekeringen voor 75% aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, met uitzondering van de kosten van verpleegdagen van klinische revalidatiecentra waarvoor een percentage van 40% wordt aangehouden.
4. Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van DBC-tarieven volledig aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
5. Het College zorgverzekeringen merkt de declaraties van vrijgevestigde specialisten volledig aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
6. Het College zorgverzekeringen past hogekostenverevening toe, overeenkomstig artikel 15.
7. Na toepassing van het zesde lid past het College zorgverzekeringen op door hem te bepalen wijze verevening toe ter grootte van 30%.
8. Het College zorgverzekeringen calculeert tenslotte 35% na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, vastgesteld ingevolge het eerste tot en met vijfde lid, en het resultaat na toepassing van het zevende lid.
2. Het College zorgverzekeringen bepaalt de variabele verpleegtarieven, bedoeld in het eerste lid, op basis van door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te verschaffen gegevens.
3. De kosten van neventarieven en DBC-teltarieven, voor zover gedeclareerd door algemene, categorale en academische ziekenhuizen en Zelfstandige behandelcentra (ZBC's) en met uitzondering van de bovenregionale toeslagen van academische ziekenhuizen, alsmede alle kosten van overige instellingen op het gebied van de curatieve zorg, merkt het College zorgverzekeringen voor 75% aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, met uitzondering van de kosten van verpleegdagen van klinische revalidatiecentra waarvoor een percentage van 40% wordt aangehouden.
4. Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van DBC-tarieven volledig aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
5. Het College zorgverzekeringen merkt de declaraties van vrijgevestigde specialisten volledig aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
6. Het College zorgverzekeringen past hogekostenverevening toe, overeenkomstig artikel 15.
7. Na toepassing van het zesde lid past het College zorgverzekeringen op door hem te bepalen wijze verevening toe ter grootte van 30%.
8. Het College zorgverzekeringen calculeert tenslotte 35% na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, vastgesteld ingevolge het eerste tot en met vijfde lid, en het resultaat na toepassing van het zevende lid.