BWBR0014165
Geldig vanaf 01-01-2011
Artikel 14
Verordening op de periodieke preventieve toetsing
1. Het bestuur kan naar aanleiding van een daartoe door een accountantspraktijk schriftelijk ingediend en gedocumenteerd verzoek besluiten tijdelijke vrijstelling van een toetsing te verlenen.
2. Een verzoek tot tijdelijke vrijstelling van de toetsing of de verlenging daarvan wordt eerst in behandeling genomen nadat het tarief hiervoor, waarvan de hoogte in de Verordening op de tarieven periodieke preventie toetsing is vastgesteld, door de desbetreffende accountantspraktijk is voldaan.
3. Een tijdelijke vrijstelling wordt slechts verleend wanneer een accountantspraktijk tijdelijk niet in staat is te voldoen aan de normen, bedoeld in artikel 3, eerste lid doordat:
a. de accountantspraktijk zich bevindt in een opstartfase of een afbouwfase;
b. de accountantspraktijk als partij minder dan een jaar geleden betrokken is geweest, dan wel binnen een jaar betrokken zal raken bij een fusie met of een overname van een accountantspraktijk van vergelijkbare omvang; of
c. de samenwerking tussen een aanzienlijk deel van de bij de accountantspraktijk werkzame accountants of de aan de accountantspraktijk verbonden accountants minder dan een jaar geleden is verbroken.
4. Een tijdelijke vrijstelling kan slechts worden verleend voor de duur van maximaal één jaar met de mogelijkheid tot verlenging voor de duur van maximaal één jaar.
5. Het bestuur neemt een beslissing binnen acht weken na ontvangst van het verzoek tot tijdelijke vrijstelling.
6. Het bestuur kan de in het vijfde lid genoemde termijn verlengen met maximaal zes weken.
7. Accountantspraktijken die zijn onderworpen aan een geaccrediteerd stelsel van kwaliteitsbeheersing zijn voor de duur van deze accreditatie vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
8. Accountantspraktijken die zijn onderworpen aan een stelsel van kwaliteitsbeheersing waarvoor een verzoek als bedoeld in artikel 15, eerste lid, is ingediend, zijn gedurende de periode waarin het bestuur op het verzoek nog geen beslissing heeft genomen, vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
9. Accountantspraktijken die een aanvraag hebben ingediend voor toetreding tot een geaccrediteerde koepelorganisatie zijn, gedurende de periode waarin de koepelorganisatie op verzoek nog geen beslissing heeft genomen, vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
10. Het negende lid vindt geen toepassing nadat het bestuur met toepassing van artikel 8, eerste en tweede lid, een datum bekend heeft gemaakt waarop de in artikel 12, derde lid bedoelde hertoetsing plaats zal vinden.
2. Een verzoek tot tijdelijke vrijstelling van de toetsing of de verlenging daarvan wordt eerst in behandeling genomen nadat het tarief hiervoor, waarvan de hoogte in de Verordening op de tarieven periodieke preventie toetsing is vastgesteld, door de desbetreffende accountantspraktijk is voldaan.
3. Een tijdelijke vrijstelling wordt slechts verleend wanneer een accountantspraktijk tijdelijk niet in staat is te voldoen aan de normen, bedoeld in artikel 3, eerste lid doordat:
a. de accountantspraktijk zich bevindt in een opstartfase of een afbouwfase;
b. de accountantspraktijk als partij minder dan een jaar geleden betrokken is geweest, dan wel binnen een jaar betrokken zal raken bij een fusie met of een overname van een accountantspraktijk van vergelijkbare omvang; of
c. de samenwerking tussen een aanzienlijk deel van de bij de accountantspraktijk werkzame accountants of de aan de accountantspraktijk verbonden accountants minder dan een jaar geleden is verbroken.
4. Een tijdelijke vrijstelling kan slechts worden verleend voor de duur van maximaal één jaar met de mogelijkheid tot verlenging voor de duur van maximaal één jaar.
5. Het bestuur neemt een beslissing binnen acht weken na ontvangst van het verzoek tot tijdelijke vrijstelling.
6. Het bestuur kan de in het vijfde lid genoemde termijn verlengen met maximaal zes weken.
7. Accountantspraktijken die zijn onderworpen aan een geaccrediteerd stelsel van kwaliteitsbeheersing zijn voor de duur van deze accreditatie vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
8. Accountantspraktijken die zijn onderworpen aan een stelsel van kwaliteitsbeheersing waarvoor een verzoek als bedoeld in artikel 15, eerste lid, is ingediend, zijn gedurende de periode waarin het bestuur op het verzoek nog geen beslissing heeft genomen, vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
9. Accountantspraktijken die een aanvraag hebben ingediend voor toetreding tot een geaccrediteerde koepelorganisatie zijn, gedurende de periode waarin de koepelorganisatie op verzoek nog geen beslissing heeft genomen, vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
10. Het negende lid vindt geen toepassing nadat het bestuur met toepassing van artikel 8, eerste en tweede lid, een datum bekend heeft gemaakt waarop de in artikel 12, derde lid bedoelde hertoetsing plaats zal vinden.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014165
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl