BWBR0014035
Geldig vanaf 2002-10-14
Artikel 5
Regeling locatiespecifieke omstandigheden
Wanneer de saneringsmaatregel het aanbrengen van een leeflaag inhoudt, geldt het volgende:
a. de leeflaag heeft een standaarddikte van één meter
b. in tuinen mag de dikte variëren van 1 tot 1.5 meter, afhankelijk van de bewortelingsdiepte
c. bij overige begroeid terrein mag de dikte variëren van 0.5 - 1.5 meter, afhankelijk van de bewortelingsdiepte
d. een geringere dikte van de leeflaag is mogelijk onder bijzondere omstandigheden
e. onder de leeflaag wordt als regel een signaallaag aangebracht, die tot doel heeft te waarschuwen voor verontreiniging die zich onder die laag bevindt.
a. de leeflaag heeft een standaarddikte van één meter
b. in tuinen mag de dikte variëren van 1 tot 1.5 meter, afhankelijk van de bewortelingsdiepte
c. bij overige begroeid terrein mag de dikte variëren van 0.5 - 1.5 meter, afhankelijk van de bewortelingsdiepte
d. een geringere dikte van de leeflaag is mogelijk onder bijzondere omstandigheden
e. onder de leeflaag wordt als regel een signaallaag aangebracht, die tot doel heeft te waarschuwen voor verontreiniging die zich onder die laag bevindt.