BWBR0013834
Geldig vanaf 2017-02-27
Artikel 8
Mandaatregeling Defensie Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 en Wet veiligheidsonderzoeken
1. Bij de uitoefening van de machtiging respectievelijk het mandaat, bedoeld in artikel 2van deze regeling, is de Secretaris-Generaal gehouden in de ondertekening van stukken die op basis hiervan worden ondertekend, de machtiging respectievelijk het mandaat tot uitdrukking te brengen door het opnemen van de volgende formule:
DE MINISTER VAN DEFENSIE
voor deze,
De Secretaris-Generaal
Handtekening
Naam
2. Bij de uitoefening van de machtiging respectievelijk het mandaat, bedoeld in artikel 3van deze regeling, is de Directeur van de MIVD gehouden in de ondertekening van stukken die op basis hiervan worden ondertekend, de machtiging respectievelijk het mandaat tot uitdrukking te brengen door het opnemen van de volgende formule:
DE MINISTER VAN DEFENSIE
voor deze,
De Directeur Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
Handtekening
Naam en militaire rang
3. Bij de uitoefening van de machtiging respectievelijk het mandaat, bedoeld in artikel 3avan deze regeling zijn de functionarissen, bedoeld in artikel 3avan deze regeling gehouden in de ondertekening van stukken die op basis hiervan worden ondertekend, de machtiging respectievelijk het mandaat tot uitdrukking te brengen door het opnemen van de volgende formule:
DE MINISTER VAN DEFENSIE
Voor deze:
Aanduiding van de functie
Handtekening
Naam en voorzover van toepassing de militaire rang
DE MINISTER VAN DEFENSIE
voor deze,
De Secretaris-Generaal
Handtekening
Naam
2. Bij de uitoefening van de machtiging respectievelijk het mandaat, bedoeld in artikel 3van deze regeling, is de Directeur van de MIVD gehouden in de ondertekening van stukken die op basis hiervan worden ondertekend, de machtiging respectievelijk het mandaat tot uitdrukking te brengen door het opnemen van de volgende formule:
DE MINISTER VAN DEFENSIE
voor deze,
De Directeur Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
Handtekening
Naam en militaire rang
3. Bij de uitoefening van de machtiging respectievelijk het mandaat, bedoeld in artikel 3avan deze regeling zijn de functionarissen, bedoeld in artikel 3avan deze regeling gehouden in de ondertekening van stukken die op basis hiervan worden ondertekend, de machtiging respectievelijk het mandaat tot uitdrukking te brengen door het opnemen van de volgende formule:
DE MINISTER VAN DEFENSIE
Voor deze:
Aanduiding van de functie
Handtekening
Naam en voorzover van toepassing de militaire rang