1. Mandaat en machtiging worden verleend aan de Directeur van de MIVD ten aanzien van de bevoegdheden, bedoeld in de
WIV.
2. Mandaat en machtiging worden verleend aan de Directeur van de MIVD ten aanzien van:
a. het afgeven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 4 juncto artikel 2 van de WVO;
b. het doen instellen van een hernieuwd veiligheidsonderzoek als bedoeld in de artikelen 9 en 16 juncto artikel 2 WVO;
c. het doen van mededelingen als bedoeld in artikel 13, zesde lid, juncto artikel 2 WVO;
d. het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 van de WVO juncto artikel 2 van de WVO voorzover het betreft functies die als vertrouwensfunctie moeten worden aangemerkt in verband met de daarmee samenhangende noodzaak om toegang te hebben tot militaire installaties;
e. het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedold in artikel 3 van de WVO juncto artikel 2 van de WVO voor zover het betreft vertrouwensfuncties die worden uitgeoefent bij de MIVD.
3. Mandaat en machtiging worden verleend aan de Directeur van de MIVD voor wat betreft defensieorderbedrijven en TNO-defensieonderzoek ten aanzien van:
a. het in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 van de WVO;
b. het instemmen met de weigering van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tot het afgeven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8 van de WVO;
c. het instemmen met de intrekking door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 10 van de WVO.
4. In afwijking van het eerste lid zijn van mandaatverlening aan de Directeur van de MIVD uitgesloten:
a. stukken en besluiten met betrekking tot: 1º. het verlenen van toestemming voor de uitoefening van een bijzondere bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 20, 21, 22, eerste lid, onder a en b, en 24 van de WIV indien de toestemming in het concrete geval voor de eerste keer wordt verleend;
2º. het verlenen van toestemming voor de verlenging van de uitoefening van een bijzondere bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 20, 21, 22, eerste lid, onder a en b, en artikel 24 van de WIV voorzover sprake is van een principieel beleidsmatig of politiek gevoelig karakter of voorzover het betreft de uitoefening binnen een woning van de bijzondere bevoegdheid, bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, onder a, en 22, eerste lid, onder a;
3º. het verlenen van toestemming voor de uitoefening van een bijzondere bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 25, 26, vierde lid, 27, vierde, vijfde en achtste lid, en 30 van de WIV;
1º. het verlenen van toestemming voor de uitoefening van een bijzondere bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 20, 21, 22, eerste lid, onder a en b, en 24 van de WIV indien de toestemming in het concrete geval voor de eerste keer wordt verleend;
2º. het verlenen van toestemming voor de verlenging van de uitoefening van een bijzondere bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 20, 21, 22, eerste lid, onder a en b, en artikel 24 van de WIV voorzover sprake is van een principieel beleidsmatig of politiek gevoelig karakter of voorzover het betreft de uitoefening binnen een woning van de bijzondere bevoegdheid, bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, onder a, en 22, eerste lid, onder a;
3º. het verlenen van toestemming voor de uitoefening van een bijzondere bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 25, 26, vierde lid, 27, vierde, vijfde en achtste lid, en 30 van de WIV;
b. het uitbrengen van verslag, als bedoeld in artikel 34, eerste juncto derde lid van de WIV alsmede de mededeling aan de commissie van toezicht, bedoeld in artikel 34, tweede lid van de WIV;
c. stukken en besluiten als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, 37, derde lid, 38, 39, 40 en 41 van de WIV, voor zover deze stukken en besluiten betrekking hebben op onderwerpen met een politiek gevoelig karakter;
d. stukken en besluiten met betrekking tot de verwijdering, vernietiging en overbrenging van gegevens als bedoeld in artikel 43, tweede lid, tweede volzin, van de WIV indien verstrekking heeft plaatsgevonden door de Minister zelf, en besluiten als bedoeld in artikel 44 van de WIV;
e. stukken en besluiten met betrekking tot de kennisneming van door of ten behoeve van de MIVD verwerkte gegevens, bedoeld in de artikelen 45 tot en met 57 van de WIV;
f. stukken en besluiten als bedoeld in de samenwerkingsartikelen 58, derde lid, en 63, tweede lid, van de WIV, voor zover deze stukken en besluiten betrekking hebben op de toestemming voor de uitoefening van de bijzondere bevoegdheden, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onder a, van deze regeling;
g. de toestemming, bedoeld in artikel 59, vijfde lid, van de WIV, naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 59, vierde lid, van de WIV, voorzover het verzoek een politiek gevoelig karakter draagt dan wel niet-spoedeisend is;
h. overige stukken en besluiten waarbij sprake is van een principieel beleidsmatig of een politiek gevoelig karakter.
5. In afwijking van het derde lid zijn van mandaatverlening aan de Directeur van de MIVD uitgesloten de in het derde lid bedoelde bevoegdheden voor zover respectievelijk de instemming, weigering of intrekking van de verklaring van geen bezwaar aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zelf is voorbehouden.
6. Bij afwezigheid of verhindering van de Directeur van de MIVD treedt diens plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats.