BWBR0013761
Geldig vanaf 2002-07-05
Artikel 5
Regeling impuls beroepskolom 2002-2005, voor vbo, mbo en kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
1. Voor een instelling bedraagt de aanvullende vergoeding een evenredig gedeelte van het voor de instellingen beschikbare budget van € 24.719.000,- voor het jaar 2005.
2. De hoogte van de aanvullende vergoeding wordt berekend:
a. voor een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de WEB, naar rato van de omvang van de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs berekend op grond van de artikelen 2.2.2, eerste lid, 2.4.1, eerste lid, en 6.1.3.eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB, die de instelling over 2005 ontvangt met dien verstande dat de aanvullende vergoeding tenminste € 11.345,- bedraagt;
b. voor een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 en de Hogeschool Haarlem, bedoeld in artikel 12.3.9, van de WEB, naar rato van de omvang van de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs die de instelling over 2005 ontvangt op grond van artikel 2.1.1 respectievelijk artikel 2.2.1 van de Uitvoeringsregeling WEB, met dien verstande dat de aanvullende vergoeding tenminste € 11.345,- bedraagt.
2. De hoogte van de aanvullende vergoeding wordt berekend:
a. voor een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de WEB, naar rato van de omvang van de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs berekend op grond van de artikelen 2.2.2, eerste lid, 2.4.1, eerste lid, en 6.1.3.eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB, die de instelling over 2005 ontvangt met dien verstande dat de aanvullende vergoeding tenminste € 11.345,- bedraagt;
b. voor een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 en de Hogeschool Haarlem, bedoeld in artikel 12.3.9, van de WEB, naar rato van de omvang van de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs die de instelling over 2005 ontvangt op grond van artikel 2.1.1 respectievelijk artikel 2.2.1 van de Uitvoeringsregeling WEB, met dien verstande dat de aanvullende vergoeding tenminste € 11.345,- bedraagt.