BWBR0013716
Geldig vanaf 2002-06-05
Artikel 2
Regeling vergoeding dienstautogebruik
Aan de ambtenaar die:
voor de uitoefening van zijn functie verplicht is voor het woon-werkverkeer gebruik te maken van een dienstauto of
een uitdrukkelijke opdracht heeft om voor het woon-werkverkeer gebruik te maken van een dienstauto of
uit hoofde van zijn functie voor het woon-werkverkeer gebruik maakt van een dienstauto met chauffeur en die als gevolg van de toepassing van de fiscale wetgeving ter zake van dat gebruik financieel nadeel ondervindt wordt jaarlijks een schadeloosstelling toegekend overeenkomstig het bepaalde bij artikel 3.
voor de uitoefening van zijn functie verplicht is voor het woon-werkverkeer gebruik te maken van een dienstauto of
een uitdrukkelijke opdracht heeft om voor het woon-werkverkeer gebruik te maken van een dienstauto of
uit hoofde van zijn functie voor het woon-werkverkeer gebruik maakt van een dienstauto met chauffeur en die als gevolg van de toepassing van de fiscale wetgeving ter zake van dat gebruik financieel nadeel ondervindt wordt jaarlijks een schadeloosstelling toegekend overeenkomstig het bepaalde bij artikel 3.