BWBR0013706
Geldig vanaf 2002-05-24
Artikel 5
Vijfde faciliteringsregeling regionale expertisecentra in oprichting schooljaar 2002 - 2003
1. Het REC i.o. draait gedurende het schooljaar 2002 -2003 proef met de volgende taken:
het instandhouden van een commissie voor de indicatiestelling (CvI). Ten aanzien van de samenstelling van de CvI geldt dat de CvI bestaat uit: a. een voorzitter die tevens lid is van de commissie, en
b. vier of meer andere leden, onder wie een onderwijsdeskundige, een als diagnosticus gekwalificeerd gedragswetenschapper, een jeugdarts of andere arts, en een maatschappelijk werker of voor zover het cluster 2 betreft, een logopedist;
a. een voorzitter die tevens lid is van de commissie, en
b. vier of meer andere leden, onder wie een onderwijsdeskundige, een als diagnosticus gekwalificeerd gedragswetenschapper, een jeugdarts of andere arts, en een maatschappelijk werker of voor zover het cluster 2 betreft, een logopedist;
2. De leden van de CvI vervullen geen nevenbetrekking of nevenwerkzaamheden die schadelijk zijn voor de vervulling van de functie van lid van de commissie en zij verrichten hun werkzaamheden zonder last of ruggespraak.
het coördineren van de ambulante begeleiding, aan de reguliere scholen in de regio;
het ondersteunen van de ouders bij het indienen van een verzoek om indicatie-stelling;
het coördineren van onderzoeksactiviteiten door de (v)so-scholen in de regio ten behoeve van de indicatiestelling;
het ondersteunen van de ouders van een geïndi- ceerde leerling bij het zoeken naar een reguliere of een (v)so-school.
3. De CvI adviseert aan de CVO en het bevoegd gezag van de scholen, op basis van de aangeleverde dossiers en op basis van de indicatiecriteria en procedures over de toelating van de leerling die staan beschreven in de bijlage bij deze regeling. Het advies van de CvI wordt gevoegd bij het gemeenschappelijk rapport. Een afschrift van de dossiers die de CvI heeft behandeld wordt vervolgens doorgestuurd naar de Tijdelijke commissie advisering indicatiestelling (TCAI). Deze procedure dient ook gevolgd te worden voor leerlingen die rechtstreeks met aanvullende formatie en ambulante begeleiding het regulier onderwijs willen instromen. Voor leerlingen die worden ingeschreven op een school omdat zij zijn geplaatst in een Justitiële Jeugdinstelling hoeft de beschreven procedure niet te worden gevolgd.
4. Het REC i.o. verleent medewerking aan de evaluatie van het proefdraaien. De evaluatie met betrekking tot de indicatiestelling wordt uitgevoerd door de TCAI. In het kader van deze evaluatie organiseert de TCAI terugkoppelbijeenkomsten en scholingsactiviteiten. De leden van de CvI nemen hier aan deel. Voor de evaluatie van de overige taken rapporteert het REC i.o. aan de wegbereiders.
het instandhouden van een commissie voor de indicatiestelling (CvI). Ten aanzien van de samenstelling van de CvI geldt dat de CvI bestaat uit: a. een voorzitter die tevens lid is van de commissie, en
b. vier of meer andere leden, onder wie een onderwijsdeskundige, een als diagnosticus gekwalificeerd gedragswetenschapper, een jeugdarts of andere arts, en een maatschappelijk werker of voor zover het cluster 2 betreft, een logopedist;
a. een voorzitter die tevens lid is van de commissie, en
b. vier of meer andere leden, onder wie een onderwijsdeskundige, een als diagnosticus gekwalificeerd gedragswetenschapper, een jeugdarts of andere arts, en een maatschappelijk werker of voor zover het cluster 2 betreft, een logopedist;
2. De leden van de CvI vervullen geen nevenbetrekking of nevenwerkzaamheden die schadelijk zijn voor de vervulling van de functie van lid van de commissie en zij verrichten hun werkzaamheden zonder last of ruggespraak.
het coördineren van de ambulante begeleiding, aan de reguliere scholen in de regio;
het ondersteunen van de ouders bij het indienen van een verzoek om indicatie-stelling;
het coördineren van onderzoeksactiviteiten door de (v)so-scholen in de regio ten behoeve van de indicatiestelling;
het ondersteunen van de ouders van een geïndi- ceerde leerling bij het zoeken naar een reguliere of een (v)so-school.
3. De CvI adviseert aan de CVO en het bevoegd gezag van de scholen, op basis van de aangeleverde dossiers en op basis van de indicatiecriteria en procedures over de toelating van de leerling die staan beschreven in de bijlage bij deze regeling. Het advies van de CvI wordt gevoegd bij het gemeenschappelijk rapport. Een afschrift van de dossiers die de CvI heeft behandeld wordt vervolgens doorgestuurd naar de Tijdelijke commissie advisering indicatiestelling (TCAI). Deze procedure dient ook gevolgd te worden voor leerlingen die rechtstreeks met aanvullende formatie en ambulante begeleiding het regulier onderwijs willen instromen. Voor leerlingen die worden ingeschreven op een school omdat zij zijn geplaatst in een Justitiële Jeugdinstelling hoeft de beschreven procedure niet te worden gevolgd.
4. Het REC i.o. verleent medewerking aan de evaluatie van het proefdraaien. De evaluatie met betrekking tot de indicatiestelling wordt uitgevoerd door de TCAI. In het kader van deze evaluatie organiseert de TCAI terugkoppelbijeenkomsten en scholingsactiviteiten. De leden van de CvI nemen hier aan deel. Voor de evaluatie van de overige taken rapporteert het REC i.o. aan de wegbereiders.